Bewaarnummer

Het allerlaatste nummer van Tzum is verschenen. Mooie gedichten van Gerbrand Bakker en Jan Glas, een ontroerend in memoriam van L.H. Wiener, snippers dagboek van Arthur Japin. Niet te missen.

Vanaf 27 oktober 2007, mijn allereerste redactievergadering, was Tzum mijn enige contact met de literaire wereld, met levende schrijvers – een lijntje met dode schrijvers heb altijd al gehad. Voor Tzum 40, ter ere van Jeroen Brouwers, ronselde ik een feestrede en een vers van Benno Barnard. Met ingang van het daaropvolgende nummer mocht ik zelf bijdragen – vaak ver over de deadline – in de vorm van korte stukjes over achterflappen, opdrachtexemplaren, vergeten schrijvers en zetfouten.

Met de twee redacteuren van Tzum, doorgewinterde geletterden met onstilbare leeshonger, klikte het meteen. Redactievergaderingen vonden zonder uitzondering plaats in de kroeg. Het geheim van Tzum was: lol. Geen beginselverklaring, geen principiële bezwaren, geen verborgen agenda – helemaal geen agenda. We maakten een prachtnummer over A. Marja, wat leidde tot twee echte, papieren boeken. We kregen curieuze verhalen van ene Delphine uit Brugge aangeboden, we lazen wat Ingmar Heytze op de wc deed, we… Straks ga ik nog janken.

De laatste Tzum is, om met oprichter Coen te spreken, een echt bewaarnummer. Zoals de laatste KortVerhaal ook een bewaarnummer zal zijn.

Roze

Gisteren viel bij abonnees de nieuwe Tzum in de bus, 80 pagina’s dik, over ‘de roze letteren’. Agnes Andeweg, Gerbrand Bakker, Aristide von Bienefeldt, Roos Custers, Ellen Deckwitz, Minke Douwesz, Aly Freije, Jan Glas, Arthur Japin, C.O. Jellema, Gerrit Komrij, Richard de Nooy, Th. van Os, Doeke Sijens, A.L. Snijders, Bart Temme, Menno Voskuil en Gerben Wynia leverden bijdragen. Helemaal holebi- en heteroproof. Voor de gelegenheid heb ik mijn stoere pen ook in de roze inkt gedoopt.

Potloodstreepjes

Ik ben zelf geen bibliofiel. Het maakt me ook nauwelijks uit in welke staat een boek zich bevindt. Als ik twee exemplaren van een boek heb, wat wel eens voorkomt, en een exemplaar heeft in de regen gelegen et cetera maar er zitten mijn potloodstreepjes in dat exemplaar en het andere exemplaar is prachtig maar zonder streepjes, dan bewaar ik het verregende exemplaar met streepjes.

In Tzum staat, behalve een nieuw Artistiek Bureau, ook een interview met Arnon Grunberg. Over Huid en Haar, e-books, voetnoten bij Tirza en de grenzen van pedofilie. Tzum 51 ligt eind deze week in de winkel.

Lavabootje

Ta-ta-ta-taa. Tom Lanoye wint de Tzum-prijs 2010 met deze mooie zin uit zijn roman Sprakeloos: ‘Vijftien jaar had de badkamer met de caravanafmetingen probleemloos dienstgedaan, de sporadisch gekneusde knie niet te na gesproken van wie zich, zijn toilet makend of zich scherend voor het lavabootje, te bruusk omdraaide en aan den lijve moest ervaren hoe gering de speling was gebleven tussen rand en wand.’

Hoe langer je naar dat kleine fonteintje kijkt, hoe mooier het wordt. In het Woordenboek van de Brabantse Dialecten, deeltje Kerk en geloof (2004), staan synoniemen voor ‘lavabo’, die in godshuizen beneden de rivieren wordt gebruikt voor de ‘liturgische zuivering van de handen’. In Noord-Nederland neemt men het woord zelden in de mond.

Lanoye is niet de eerste die zich voor een lavabootje posteert. Het wastafeltje komt voor in het oeuvre van andere grote schrijvers. Kloos en Verwey gebruikten het onbevoegd in hun literaire kritiek, en Richard Minne ging er waggelend voor staan. P.A. Daum is misschien de enige auteur die met het woord naar iets anders verwees, als eenzame passagier op een lavaboot.

Boeiende rubriek

De directeur feliciteert zichzelf. Arjan Peters schrijft vanochtend onder de titel ‘De uitvinder van de eenzame uitvaart’ (hiernaar verwijzend) in de Volkskrant over de nieuwe Tzum, na een korte tirade tegen vaste medewerker Arthur Japin: ‘In hevig contrast hiermee staat de boeiende rubriek ‘Artistiek bureau’ van Nick ter Wal in hetzelfde tijdschrift.’ Van harte, jongen.

Toon Tellegen in Tzum

Bij de abonnees valt vandaag in de bus: Tzum 46, de Toon Tellegen-special. Behalve van de grootmeester zelf staan er verhalen en gedichten in van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes, Kees ’t Hart, Tonnus Oosterhoff en Barber van de Pol. Componist Richard Ayres schreef een interessant stuk over zijn Tellegen-opera. Lili Ahonen en Judith Wilkinson doen een boekje open over de vertalerspraktijk. En er is meer, veel meer. Arthur Japin bijvoorbeeld. En A.L. Snijders. Alle 52 pagina’s goed!

Tzum, Tzum, Tzum

1. In het kader van de Tzum-prijs voor de mooiste zin in verhalend proza werd Tommy Wieringa gisteravond bij Pauw & Witteman gevraagd een mogelijke kandidaat voor te stellen uit zijn nieuwe roman Caesarion.

Wieringa: ‘Daarmee nomineer ik mezelf voor zo’n prijs waarmee die op voorhand verloren is.’
Pauw: ‘Je hebt ‘m toch al gehad.’
Wieringa: ‘Ja, maar er heeft nog nooit iemand twee keer de Tzum-prijs gewonnen.’
Witteman: ‘Dat gaat niet gebeuren.’

Vervolgens legt Wieringa (vanaf 12 minuut 13) uitvoerig uit wat deze ‘hele elegante prijs’ is en hoe hij hem kreeg uitgereikt.

2. Hier kunt u de mooiste zin van 2008 voordragen voor de Tzum-prijs.

3. Hoofdredacteur Roos Custers gaf een lang interview aan het Dagblad van het Noorden.

Tzum 45

Zojuist verschenen bij Uitgeverij kleine Uil: een nieuwe aflevering van Tzum. Ingmar Heytze hield een schetsboek bij en A.L. Snijders leverde 4 zkv’s. Nieuwe gedichten van Nyk de Vries, Jane Leusink, Jan-Paul Rosenberg en Jan Holtman. En een snufje Artistiek Bureau.

A.L. Snijders: een ongestelde vraag

Deze vraag zal ik vanmiddag niet stellen aan A.L. Snijders, omdat ik er niet ben.

U vertelde aan Tzum dat u niet langer dan een half uur per dag kunt schrijven, omdat uw huis op instorten staat: “Ik ben dus altijd aan het stutten en zagen en het lassen.” Dat impliceert dat een zkv fris van de lever wordt opgeschreven, vervolgens naar uw abonnees wordt gestuurd, en dat is het dan. In het voorwoord bij Heimelijke vreugde 2 schrijft u over de begeleidende brieven aan Van der Moer: “Er staan heel wat dingen in die ik weggelaten zou hebben als ik het geweten had. Nu nog lees ik vaak met kromme tenen, maar ik verander niets, ik zal lijden.” Mijn vraag, meneer Snijders, is eigenlijk: wordt uw werk niet gereviseerd? Schrapt of herschrijft u werkelijk niets?

A.L. Snijders: ‘De hersenen hebben al die voegwoorden helemaal niet nodig’

In de nieuwe Tzum staat een mooi interview met A.L. Snijders, onder bovenstaande titel. Voorts: een krachtig Schetsboek van Anneke Claus, vervreemdende poëzie van Arjen Nolles, Roos Custers leunend op Pessoa, een onderkoeld verhaal van Bart Temme, een interview met een grieperige A.F.Th. van der Heijden, twee Portugese gedichten van de Vlaamse debutant Rebekka Groenendael. En vijf pagina’s Artistiek Bureau.

Kleinste literaire prijs van Nederland

U heeft nog drie weken om een mooie zin te nomineren voor de Tzum-prijs 2008.

Voorwaarden:
– De zin moet staan in een oorspronkelijk Nederlands prozawerk dat in boekvorm voor het eerst is gepubliceerd in 2007.
– Iedereen mag inzenden, iedereen mag meer dan 1 zin inzenden.
– Inzendingen dienen het citaat en het bladzijdenummer te vermelden.
– De deskundige jury mag zelf ook zinnen toevoegen. Bij meer dan drie genomineerde zinnen uit één boek maakt de jury een voorselectie.

Insturen naar redactie.tzum[at]kleineuil.nl.

Tzum in de pers

‘Intussen belandt het nieuwe nummer 41 (2008) in de bus en zet de redactie al de nominatieronde in gang voor de volgende Tzum-prijs. P.F. Thomése en Saskia de Coster zijn getipt met een paar ronkende zinnen en Arie Storm nomineert zowaar zichzelf in zijn roman De bruid en de kogel met een zin uit een eerder boek. Het nummer heeft voorts onder meer een interview met debutant Derwent Christmas en een schetsboek van Ellen Deckwitz.

Dit schrijft Dirk Leyman vandaag op De Papieren Man.