Piratengedoe

De traditie schrijft voor dat er op de Beurs van Bijzondere Uitgevers iets onverwachts gebeurt. Een bewust onbemande stand, een schandaaltje of een vreemde mystificatie. Meestal is het een roofdruk van een gevierd schrijver, die vluchtig van plastic tas wisselt. Dit jaar viel de eer te beurt aan Jeroen Brouwers.

In Paradiso werden gisteren 99 exemplaren verspreid van Een kerstverhaal. Dit boekje – vier vellen, cahiersteek – verscheen bij Hijgh & Vanditmag. Het fonds van deze uitgeverij, die vernoemd is naar Nijgh & Van Ditmar, bestaat uit louter roofdrukken. In 1998 gaf Hijgh & Van Ditmag Gezicht op kerstmis, en Andere Geestelijke Liederen van Gerard Reve uit. Biesheuvels verhaal God Zelf verscheen in 2005 bij dezelfde. Louis Paul Boons Restanten. Een overzicht en ‘history’ van het vrouwelijk bloot – of bijna – zoals het onze wereld van vandaag wordt aangeboden, gepresenteerd op de Beurs voor Kleine Uitgevers in 1985, is waarschijnlijk Hijgh & Van Ditmags eersteling.

Op Facebook wordt intussen druk gespeculeerd over de initiatiefnemer(s) van deze ongeautoriseerde uitgaven. Publicist en oud Propria Cures-redacteur Bob Polak wordt genoemd, omdat hij in 1992 op de Beurs voor Kleine Uitgevers door hem samengestelde en gedrukte mystificaties van W.F. Hermans verkocht. Hermans spande een civiele procedure aan, Polak moest de schrijver 7500 gulden schadevergoeding betalen. (Ik geloof niet dat Polak erachter zit.)

Exclusiviteit, dat is de eis waaraan een illegale (her)druk moet voldoen. Dat betekent dat de tekst buiten het bereik van de gewone sterveling moet liggen. Bijvoorbeeld omdat deze alleen in een vergeten jaargang van een obscuur tijdschrift is afgedrukt, of omdat de tekst enkel aan een geselecteerd publiek als bibliofiele uitgave is gepresenteerd. Onvindbaar of onbetaalbaar. De margedrukkers die zich achter het imprint Godlofpers verschuilen, drukken niet eerder gepubliceerde brieven of opgedoken kladhandschriften van Gerard Reve. In 1980 werden er op de Beurs voor Kleine Uitgevers gefotokopieerde en gestencilde overdrukken van het toen uitsluitend voor 500 gulden verkrijgbare Kloof tegen cilinder (1980) van E. du Perron verkocht.

Een kerstverhaal is gezet uit twee opvallende corpsen en gedrukt in rood en zwart. Het frontispice is een portret van Brouwers door Joost Veerkamp, dat Hijgh & Vanditmag jatte uit het door de Nederlandsche Vereeniging voor Druk- en Boekkunst uitgegeven De zondvloed (1997). Met typografie en uitvoering is niks mis. De tekstkeuze van Een kerstverhaal is echter zeer matig.

De tekst is ontleend aan de roman Datumloze dagen (2007). Het betreft, om precies te zijn, het fragment over Nathans geboorte, maar dan flink bewerkt: woorden zijn veranderd, hele alinea’s zijn geschrapt. De exclusiviteit van Een kerstverhaal zit hem dus enkel in de oplage, want van Datumloze dagen zijn vele duizenden exemplaren verkocht. Hadden de roofdrukkers Brouwers’ bibliografie van verspreide publicaties bestudeerd, dan waren ze met iets aardigers op de proppen gekomen: het verhaal ‘Gedachtig Yolande, mijn kerstroos’. Het stond in 1963 in het kerstnummer van het katholieke tijdschrift voor de Nederlandse strijdkrachten Salvo en werd sedertdien bij mijn weten niet herdrukt.

Het is Brouwers’ derde roofdruk die gisteren verscheen. De eerste twee verschenen in 1983 bij een amateur in Antwerpen. Brouwers vernam van het bestaan van de roofdrukken, toen antiquaar Willem Huijer ze in een catalogus te koop aanbood. Jeroen Brouwers aan Hans Roest, in een brief van 27 mei 1983:

Ik ben met dat hele piratengedoe verre van blij. Mijzelf zeggen ze niks, vragen ze niks en sturen ze niet eens een exemplaar!

Er wordt dezer dagen gevloekt in Zutendaal.

Hemminkrood

In 1984 richtte Gert Jan Hemmink AMO op: een bibliofiele uitgeverij die de beste margedrukkers en knapste binders inzette om imposante dozen, luxe banden en genummerde plaquettes te vervaardigen, om ze vervolgens aan ‘een geselecteerd publiek’ te slijten. In 2004 rolde de laatste uitgave van de pers, zijnde nummer 136 in de bibliografie. Deze week verscheen een papieren verkoopcatalogus met het complete fonds van AMO.

Uit de chronologische lijst van AMO-uitgaven, achterin de catalogus opgenomen, is snel op te maken dat Hugo Claus de belangrijkste fondsauteur was: op zijn naam staan 54 titels. Verrassend is dat niet: al in 1962 was het voor Hemmink, scholier te Amersfoort, een uitgemaakte zaak dat Claus de schrijver van zijn leven moest zijn. Andere terugkerende namen op de fondslijst zijn Boudewijn Büch (vertegenwoordigd met 9 titels), Herman de Coninck (8 titels) en Henry van de Velde (6 titels).

De zevenenzeventigste catalogus van dit antiquariaat is de eerste met de tekst in twee kleuren gedrukt. Tussen de in simpel zwart weergegeven beschrijvingen, waarin alle uiterlijke kenmerken van het boek als mantra’s worden opgesomd, is des uitgevers commentaar gedrukt in, wat binder David Simaleavich noemde, ‘Hemminkrood’. Commentaar mag hier in de vele betekenissen van het woord worden opgevat. Hemmink maakt opmerkingen over de vormgeving, zet uiteen waarom hij een bepaalde auteur wilde uitgeven, verklaart een illustratie nader.

In rood haalt Gert Jan Hemmink dierbare herinneringen op aan De Coninck (‘aan Herman denk ik bijna iedere dag’), aan Frank Lodeizen, aan F.B. Hotz (‘ik weet nog hoe ik zijn hand leidde naar de plaats waar hij dit document ondertekenen kon’) en aan Peter van Straaten. Maar nu en dan heeft hij nog een appeltje te schillen, bijvoorbeeld met de drukkers en verspreiders van een als nagekomen AMO-uitgave vermomde reefdruk, waarvoor zij ongevraagd het door Alechinsky ontworpen AMO-vignet gebruikten. Commentaar is immers ook kritiek.

Vooral in die vuurrode stukken staan schitterende oneliners. Deze is voor Veerle Claus, Kristien Hemmerechts en Joop Schafthuizen:

Over schrijversweduwen weet ik het een en ander, de ergsten zijn die waarvan de auteur nog in leven is.

De man die twintig jaar vanuit huis met eigen middelen zijn uitgeverij runde is overigens in meer dan de helft van zijn fondsuitgaven zelf aanwezig: als auteur van een ‘Nadien’, een ‘Aantekening’ of de verantwoording, al zijn het soms maar een paar regels.

In elke AMO volgt dan nog een colofon, waarin nauwgezet lettersoorten, inktkleuren, nummeringen en papiersoorten worden gespecificeerd. Zerkall en Hahnemühle zijn de meest gebruikte papiersoorten, meestal gebruikt voor de ‘volkseditie’. Voor de exclusieve luxe-edities namen de AMO-drukkers hun toevlucht tot uitheemse papiermolens: Caractère, Hodumura, Svecia Antiqua. In een enkel geval was de keuze wel zeer gelukkig. Van De rode cabriolet (1987) van Joost Veerkamp, over de afgeketste aankoop van een Citroën DS, werden er 28 gedrukt op Bütten CV, terwijl de onbereikbare 7 luxe-exemplaren op Bütten DS werden opgeleverd.

Bibliografie Reefdrukken online

Tot voor enkele dagen was de bibliografie van alle bekende roofdrukken van Gerard Reve, ook wel reefdrukken genoemd, alleen verkrijgbaar op CD. Omdat ik het toch wat te omslachtig vond om een administratie te voeren van de afnemers van die CD, heb ik de boel online gezet. U vindt de bibliografie hier. Omdat de kopers van de CD als worst een gratis update is voorgehouden, zullen zij met een plezant drukje schadeloos worden gesteld, ik meen: de boel moet netjes worden afgehandeld.

Overigens herhaal ik graag de oproep die ook op de website te vinden is: voor aanvullingen, verbeteringen en verder commentaar hou ik me zeer aanbevolen.

Al met al levert de bibliografie een boeiend en zeer afwisselend beeld van wat er allemaal is verschenen. De vroegste reefdrukken stammen uit 1970 – hoewel je bij het reefdrukgehalte van die uitgaven een vraagteken kunt zetten: vier plano’s gedrukt op verzoek van Teigetje en Woelrat voor een jarige Reve.

In de jaren daarna verschijnt er zo nu en dan een uitgave, met uitschieters in 1982 (9) en 1985 (8). Daarna wordt het weer rustig tot 1995. In dat jaar verschijnen er maar liefst 58! Het wonderjaar in de reefdrukkelogie, waarvoor – het kan bijna niet anders – een collectief van drukkers verantwoordelijk moet worden gehouden. Daarna zakt de produktie weer in. 2007 en 2008 springen er nog uit met 10 en 18 uitgaven, maar 2009 heeft tot op heden pas één uitgave opgeleverd.

Het zou mij niet verbazen als het verschijnsel reefdruk zijn langste tijd heeft gehad. Er is natuurlijk nog veel ongepubliceerd materiaal, met name brieven, maar de dramatisch slechte verkoop van Reve’s Verzameld Werk, zou er op kunnen duiden dat ook Reve’s tocht naar de put der vergetelheid is ingezet. Veelzeggend is de kennelijk noodzakelijke geachte uitgave van: De laatste jaren van mijn Grootvader, een bloemlezing die Reve onder de aandacht van volgende generaties zou moeten brengen.

Hopelijk kan de verschijning van de biografie van Reve door Nop Maas hier nog enige vertraging in brengen. Maar liefst drie delen worden ons in het vooruitzicht gesteld!

Reefdruk

Sinds jaar en dag houd ik (Kees Thomassen) me bezig met de samenstelling van een bibliografie van Reefdrukken, oftewel niet door Reve geauthoriseerde uitgaven, oftewel roofdrukken. Zodoende heb ik de nodige contacten met verzamelaars van die boekjes opgebouwd. Gelukkig was één van hen zo alert om mij – toen hij eenmaal achter het bestaan gekomen was – onmiddellijk een mailtje te sturen over een in mei vorig jaar in alle stilte verschenen reefdruk. Eerdere ontdekkers – zo bleek achteraf – hadden dit godtbetert verzuimd…

Het gaat om Twee brieven van Gerard Reve. Deze zijn gestuurd aan Raymond van Heusden, die er 17 jaar na ontvangst een mooi boekje van maakte. Offset? Goede kwaliteit laserprint? De vormgeving was in handen van Robert van Heusden, die zich daar bijzonder goed van gekweten heeft. Ik verklap verder niets, het omslag maakt al reclame genoeg

Het verbaast me een beetje dat Reve de moeite nam om aan een hem volstrekt onbekende mijnheer twee brieven van behoorlijke lengte te schrijven.

Wat geholpen zal hebben is dat de ontvanger van de brief indertijd bij een ziekenfonds werkte (Reve zelf heeft nog een half jaar in een ziekenhuis dienst gedaan) en een neef had die lijkbezorger was (een `kraai’ was voor de bek van de Volksschrijver phage spek, om met Lucebert te spreken). Maar doorslaggevend is de aanleiding van Van Heusden om de auteur te schrijven: hij had een dubbelganger van Reve ontmoet! Iets wat Reve verleidt tot filosofietjes (laten we het vooral in perspectief blijven zien!) over leven en dood.

Ik heb begrepen dat de oplage (om hoeveel exemplaren het gaat wordt niet vermeld) praktisch op is, maar dat – als alles helemaal uitgevent blijkt en er voldoende belangstelling is – een tweede druk overwogen wordt. De prijs is € 12,50. Inlichtingen: raymondannelie [apestaartje] quicknet.nl