Ineens mijn naam in kapitalen

Het laatste gedicht van Jan Hanlo is ‘Over kinderen’. Hij schreef het in 1967, negen jaar na het verschijnen van zijn Verzamelde gedichten (1958), waarvan in 1970 een tweede druk verscheen – postuum vermeerderd. ‘Over kinderen’ werd bij leven van de dichter nog afzonderlijk uitgebracht: als plano, bedrukt in goud danwel zwart. De laatste uitgave van Jan Hanlo is Over kinderen (1968).

Hanlo’s finale is onderdeel van een reeks zeldzame plano’s met teksten van auteurs uit het fonds van Querido. De vluchtige drukwerkjes werden verspreid tijdens een tiendaagse Amsterdamse boekenmarkt in oktober 1968. Blijkens het eenregelig colofon is Over kinderen ‘door de dichter op bestelling gedrukt, en gesigneerd, ter Boekenmarkt RAI in de stand van Querido op 18 oktober 1968’. Querido-uitgever Reinold Kuipers memoreert in Gerezen wit (1990):

Op een van de boekenmarkten die in de jaren zestig door de RAI werden georganiseerd hadden wij op onze stand een Boston-handdegelpers waarop elke avond een auteur van Querido een eigen tekst zou drukken. Het zetsel was door het Drukhuis vervaardigd. Een gepensioneerde typo trad als mentor voor de auteurs op. Hanlo, verrukt van het zelf drukken en meegesleept door de gezelligheid, was er elke avond.

Geen van de fotografen aanwezig op de boekenmarkt registreerde een rond de degel van Querido dansende dichter. Anefo-fotograaf Ron Kroon had vooral oog voor de halfnaakte jongedame die Annie M.G. Schmidt een bloemlezing aanbood.

Tegenover de herinnering van Reinold Kuipers staat de beleving van Jan Hanlo. Die schreef op 6 december 1968 in een deprimerende brief aan Kees Lekkerkerker:

Dat Querido-gedicht op de R.A.I. is buiten mijn aanwijzingen gezet. Heel lelijk, vind ik.: ‘g.o.d.’ met onderkast en ineens mijn naam in kapitalen! dat kan niet.

Doorbroken (2)

Het precieze moment (dag, uur) waarop de wereld wist dat Robert Galbraith eigenlijk J.K. Rowling was staat vast. Voor J. van Oudshoorn is de onthulling terug te brengen tot een jaartal. En wanneer werd Vosmeer de Spie voor het lezerspubliek weer gewoon Maurits Wagenvoort? Wanneer lekte uit dat A. Dolfers en Dop Bles dezelfde waren?

Rond de tijd dat Feylbrief uit de kast kwam als prozaïst, deed het auteursportret zijn intrede in de promotie door uitgeverijen. De schrijversfoto kwam in advertenties op de plek van het intrigerende, althans mediagenieke stofomslag te staan. Ook in prospectussen en reclamefolders werd de maker van het literaire werk steeds zichtbaarder.

Belcampo protesteerde in 1939 nog. Louis Th. Lehmann liet in 1966 ook zijn gezicht niet zien. De een wilde zijn pseudoniem bewaken, de ander was zichzelf als dichter en publiek figuur een beetje beu.

Net als Feylbrief had Reijnier Flaes, alias F.C. Terborgh, een goede reden om zijn schrijverij niet aan de grote klok te hangen. Hij was immers ook in diplomatieke dienst. Dus toen Alice von Eugen-van Nahuys, uitgever-directeur van Querido, Terborgh in 1954 voor een reclameboekje om een portretfoto vroeg, gaf de schrijver niet thuis. Pas na lang aandringen stuurde Terborgh zijn uitgever een zwart-witfoto toe. Querido weigerde subiet Terborghs dichtbundel uit te geven.

(Jan Doets heeft de beschikking over het persoonlijk archief van F.C. Terborgh. Hij verwerkte al drieduizend dagen dagboek en citeert eruit in chronologische hoofdstukken op zijn blog – een aanrader.)