Niet vergeten

Meisje vermist. Signalement: tenger postuur, kort donker haar, volle wenkbrauwen, voorzichtige lach, timide oogopslag. Ze is voor het laatst gezien op een schilderijententoonstelling in juni 1965.

Onder de vijfentwintig tentoongestelde werken van Gustave Asselbergs op de expositie in De Galerij te Brunssum waren ook ‘Rode Vlag’, ‘Victory, the Point, Birth, the End’, ‘You see it, it sees You’ en ‘Remember me’. Laatstgenoemd collageschilderij staat in zwart-wit afgebeeld op de door Jos Kipping ontworpen folder bij de tentoonstelling. In de begeleidende tekst noemt Willem K. Coumans Asselbergs’ werk ‘een getuigenis […] van onze tijd’.

Het doek ‘Remember me’ uit 1964 is opgebouwd uit flarden actualiteit. Onder de lagen en spatten verf zijn fragmenten van theateraffiches en krantenfoto’s te vinden. In de onderste helft van het schilderij staan Amerikaanse soldaten ontspannen bij een tank in Vietnam, terwijl tegen de bovenrand Dizzy Gillespie breeduit lacht tijdens een optreden. Links worden een rij spierwitte boventanden en een gladgeschoren kin afgeschermd door een ferme streek zwarte verf. Een willekeurige reeks getallen schurkt tegen de rechterrand aan. (Soortgelijke getallenreeksen – zinloos, want zonder referentie – zijn ook te vinden op een titelloos doek uit 1963 en op ‘After a period of luxurious life’ uit 1964.)

Iedereen lacht. Dat is voor mij de crux van ‘Remember me’. De wereld is in oorlog en iedereen maakt plezier.

‘Remember me’ zou het motto kunnen zijn van veel collageschilderijen. Door het gebruik van nieuwsfoto’s vestigde Gustave Asselbergs de aandacht op de beperkte houdbaarheid van beelden. In zijn optiek werden dagblad en avondjournaal onverschillig geconsumeerd. Met een laag vernis over een krantenfoto vocht de kunstenaar tegen het vergeten. In een andere context krijgt een overblijfsel van gisteren nieuwe betekenis.

Het schilderij ‘Remember me’ werd in 1993 opnieuw geëxposeerd op de grote Asselbergs-tentoonstelling in het Nijmeegs Museum Commanderie van Sint-Jan. In het begeleidende boek Gustave Asselbergs en de Pop Art in Nederland (1993) staat het over een volle pagina afgebeeld, prachtig in kleur bovendien. Maar het is niet exact hetzelfde schilderij. Er mist een dimensie.

Zoek de verschillen tussen 1965 en 1993. Of zie de verschillen in deze animatie.

De reden van de vermissing van het meisje is tot op heden niet opgehelderd. Misschien is Museum Het Valkhof, de huidige eigenaar van ‘Remember me’, wel nooit op de hoogte gebracht. De titel van het schilderij heeft vele mogelijke betekenissen en associaties, tot en met de verwijzing naar dit onschuldige popliedje. Voor mij is de belangrijkste nu de uitroep van een anoniem meisje dat niet vergeten wil worden.

Het duurste schilderij

Gustave Asselbergs nam in 1965 bijna wekelijks een kijkje in het huis van Jan Cremer aan de Amsterdamse Prinsengracht. Hij haalde Cremers post van de mat en ventileerde de kamers. Om de financiën van Cremer op orde te krijgen, verkocht Gustave Asselbergs eind 1965 wat spullen uit Cremers huis. Dat was geen sinecure.

Cremers houten werkbureau werd verkocht, maar bleek toen niet door de deur te passen, zodat er een timmerman moest worden ingeschakeld om het bureau doormidden te zagen. In een luchtpostbrief van 4 januari 1966 aan Cremer, hoog en droog in kamer 403 in het Chelsea Hotel, beschrijft Asselbergs wat hij aan spullen tegenkomt:

Ik heb meer dan een week je papieren, kranten en rotsooi uitmoeten zoeken, omdat overalrekeningen tussen zaten en foto’. Ook ontwerpen en ideeen op losse vellen papier. In je huis zijn geen dingen van waarde, dan behalve de bank, mijn schilderijen, kisten met kleren boeken, (ik heb voor f. 165.– boeken verkocht) twee tafels, een bureaustoel en een doormidden gezaagd bureau. Alles is verder opgeruimd.

De schilderijen van Asselbergs in Cremers Amsterdamse huis kwamen vooralsnog niet in aanmerking voor verkoop. Pas in 2009 verkocht Jan Cremer het schilderij ‘Rode Vlag’ van Gustave Asselbergs.

Het andere schilderij, waarop Asselbergs in zijn brief doelt, is ‘Victory-the point-birth-end’ uit 1964. Cremer zou het ongezien hebben gekocht. Op de openingsavond van Asselbergs’ expositie in de Amsterdamse galerie 845, op 1 maart 1965, kwam er, volgens een kort nieuwsbericht in alle grote dagbladen vier dagen later, een telegram binnen van Jan Cremer:

Succes, ik koop het duurste schilderij.

‘Victory-the point-birth-end’ was met tweeduizend gulden het duurste schilderij op de tentoonstelling.

Een mooie stunt, misschien niet eens meer dan dat. Drie maanden na aankoop werd het kostbare tweeluik nog eens tentoongesteld. Het hing, met ‘Rode Vlag’ en drieëntwintig andere schilderijen, in het gemeentelijk kunstcentrum De Galerij te Brunssum. Op de begeleidende folder stond achter nummer 15, zijnde ‘Victory, the Point, Birth, the End’, niet de vermelding ‘(coll. Jan Cremer)’. Was de immer in geldnood zittende Cremer terug gekomen van zijn impulsieve besluit?

Op de grote Asselbergs-tentoonstelling in het Nijmeegs Museum Commanderie van Sint-Jan, van 20 november 1993 tot en met 9 januari 1994, is het doek weer te zien. ‘Victory-the point-birth-end’ is nu, volgens Gustave Asselbergs en de Pop Art in Nederland (1993), afkomstig uit de collectie van Evelien Wolf, de weduwe van Gustave Asselbergs.

Jan Cremer had twee schilderijen van Asselbergs. ‘Rode Vlag’ is het ene doek. Het andere doek is zoek.

Phone: 66524

De bekendste – en in mijn optiek fraaiste – nieuwjaarswens in de Nederlandse literatuur staat op naam van Jan Cremer. Vrienden en bekenden van Cremer ontvingen eind december 1962 per post een tweemaal gevouwen affiche. De nieuwjaarswens van Cremer is een in blauw gedrukte collage met hoogtepunten uit het leven van de schrijver-kunstenaar: knipsels van kritische krantenstukken over de barbaar, fragmenten van uitnodigingen voor exposities, foto’s van de kunstenaar aan het werk en van zijn pasgeboren zoon. Een nieuwjaarswens als publiciteitsoffensief.

Misschien bracht Cremer zijn gelukswens ook over op Gustave Asselbergs, die hij in 1962 had leren kennen. Asselbergs hield van collages.

Twee jaar later gingen de beste wensen in tegengestelde richting. Dat is zeker. In de collectie Gustave Asselbergs van Jan Cremer bevindt zich een vouwkaart, in rood en zwart gezeefdrukt, met in spiralende kapitalen de tekst: ‘Gustave en Evelien [zijn echtgenote] wensen u een gelukkig negentienvijfenzestig!’ In de rechteronderhoek begraaft een schop het jaartal 1964.

Gustave Asselbergs postte zijn wenskaart in Amsterdam. Jan Cremer ontving de kaart in New York, waar hij zich kort na de publicatie van Ik Jan Cremer in het Chelsea Hotel had gevestigd. Voor het documenteren van de vriendschap tussen Asselbergs en Cremer is de emigratie van Cremer een zegen. Als Cremer in zijn etage aan de Joden Houttuinen in Amsterdam was blijven zitten, hadden de vrienden elkaar dagelijks gezien en was er nooit zo’n briefwisseling op gang gekomen.

In een brief van 20 juni 1965 aan Cremer is Asselbergs erg gelukkig met de zeefdrukker die hij onlangs heeft ontmoet:

Ik heb een nieuwe screendrukker in Meerssen, die erg veel voelt voor het maken van bibliofiele uitgaven. Ik heb met hem al gesproken over allerlei en prijzenopgaven gevraagd. Binnenkort ga ik bij hem werken.

Het enthousiasme voor zeefdrukken vertaalt zich aan het eind van 1965 in een reusachtige nieuwjaarswens. Het gezeefdrukte affiche van Asselbergs meet tachtig bij zestig centimeter. De tekst is een variant op de oude slogan van biermerk Guinness: ‘1966 is good for You’. Onder rode golven als scheidingsteken staat het jaartal 1965 met een rode streep door het laatste cijfer, gevolgd door ‘now’ en het jaartal 1966. In het klein is tegen de onderrand van het affiche het Amsterdamse telefoonnummer van Asselbergs gedrukt: ‘Phone: 66524’.

Wie de brieven van Asselbergs aan Cremer heeft gelezen, zou gemakkelijk concluderen dat deze Engelstalige nieuwjaarswens speciaal voor Cremer is gemaakt. Asselbergs klaagt in zijn brieven vaak over Cremers stilzwijgen, terwijl er van alles speelt rond Cremers onbeheerde woning in Amsterdam. Samen met Geert Lubberhuizen weet Asselbergs alle Cremer-affaires in goede banen te leiden, maar vanuit New York komen zelden dankbare berichten.

Het woordje ‘phone’ onderaan het affiche vertaal ik hier niet met ‘telefoonnummer’, maar met de gebiedende wijs ‘bel’. Mogelijke intercontinentale telefoongesprekken tussen Asselbergs en Cremer zijn met de wind verdwenen. Aan de punaisegaatjes in de hoeken is te zien dat de nieuwjaarswens van Asselbergs voor enige tijd een muur in het Chelsea Hotel heeft gesierd.

‘Rode Vlag’ van Gustave Asselbergs

De collages van Gustave Asselbergs (1938-1967) bevatten affiches, krantenknipsels, kalenderbladen en tijdschriftfoto’s. Verknipt, verscheurd, (deels) overgeschilderd. Hij koos zijn basismateriaal met een enorme maatschappelijke betrokkenheid. Geen toevallig op straat gevonden tramkaartje, maar actualiteit in woord en beeld: ruimtevaart, politiek, techniek, film, literatuur. Het contrast is soms hard: een kindsoldaat naast een conferencier.

In mijn bezit is een onvervalste Asselbergs van acht bij veertien centimeter. Het is een ansichtkaart uitgegeven ter promotie van Pelletierbeschuit. De kitscherige afbeelding van gele rozen is diagonaal bijgekleurd met bloedrode viltstift. Rechts is een krantenfoto van Hitler opgeplakt. Bijschrift: ‘Oude orgelpracht’. Deze kleine collage maakt deel uit van de intrigerende collectie Asselbergs van Jan Cremer, door mij vorig jaar in een opwelling gekocht.

Jan Cremer was een pleitbezorger van de pop art van zijn vriend. Op zaterdag 9 februari 1963 opende Cremer ‘Werken van Gustave’ in De Krabbedans in Eindhoven, Asselbergs’ eerste solotentoonstelling buiten de Nijmeegse stadswallen. Na het succes van Ik Jan Cremer nodigde de schrijver Asselbergs bij hem uit en betaalde zijn vliegticket naar New York.

Zeker twee collageschilderijen van Asselbergs heeft Jan Cremer in bezit gehad.

In een grote bespreking van Asselbergs’ solotentoonstelling in de Amsterdamse galerie 845, in maart 1965, meldt de kunstcriticus van het Arnhemsch Dagblad terloops dat het duurste van de geëxposeerde werken is ‘gekocht door hem, Jan Cremer’. (Ik had er zeker overheen gelezen als Cremer deze woorden op het knipsel niet met gele stift én rode balpen had gemarkeerd.)

Terwijl Cremer zich onsterfelijk maakte in het Chelsea Hotel in New York, probeerde Asselbergs naar zijn beste kunnen Cremers lopende zaken in Holland te regelen. Om Cremers financiën op orde te krijgen, verkocht Asselbergs op zeker moment meubels en apparaten uit Cremers oude woning. Uit verschillende brieven van Asselbergs aan Cremer blijkt dat de schrijver slecht met geld was en overal leningen had lopen.

‘Gustave’ aan ‘Beste Jan’:

Steeds opnieuw weer vraag je naar je huizen, maar opgestaan is plaats vergaan. Het enige dat je in Nederland bezit behalve een stel mensen die je kaal willen scheren, zijn twee reusachtig mooi geschilderde doeken in goede staat en mooi verzorgd.

Dat zijn er twee van Asselbergs.

Uit de folder bij de expositie van schilderijen van Asselbergs in De Galerij in Brunssum,in juni 1965, weet ik de titel van een schilderij dat Cremer in elk geval heeft gehad. In de lijst ‘Tentoongestelde werken’ staat achter nummer 23: ‘Rode Vlag (coll. Jan Cremer)’. Dit schilderij dook niet op vorig jaar op de grote Cremerveiling – en gelukkig maar, want ik kan me per veiling maar een opwelling permitteren.

‘Rode Vlag’ kwam eerder onder de hamer. Het kunstwerk werd op 29 november 2011 bij Christie’s Amsterdam afgeslagen op 12.500 euro. De vorige eigenaar voelde blijkbaar de behoefte om het doek in anonimiteit aan te bieden. Bij grote veilinghuizen is de provenance een vast onderdeel van de beschrijving, maar nu stond er alleen: ‘property from a private Dutch collection’. Dat ‘Rode Vlag’ aan niemand anders dan Jan Cremer kon toebehoren, dat vertelt het schilderij zelf.

In het midden van ‘Rode Vlag’, half verscholen onder een portret van de president van Egypte, is het blauwe affiche te zien dat De Bezige Bij in 1964 verspreidde om de zevende druk van Ik Jan Cremer te vieren (‘op weg naar de 100.000 [exemplaren]’). Aan deze flard actualiteit is maar moeilijk een politiek statement te koppelen. Wel staat Jan Cremer op dit collageschilderij van zijn vriend Gustave voor eeuwig in het centrum van de aandacht.