Tirade. Toen en Nu

‘Tijdschrift Tirade, heeft thans – in de 52ste jaargang – een eigen website. De Tiradewebsite biedt de lezer van Tirade een aantal mogelijkheden. Allereerst heeft de site ruimte voor een groeiend archief. Per papieren nummer archiveert de redactie vijf oude nummers. Thans vindt u op de website een korte inleiding, de inhoud en de eerste pagina per bijdrage van de meinummers uit 1958, 1968, 1978, 1988, en 1998. Ieder nieuwe papieren nummer levert weer 5 oude nummers op. Per nieuw nummer heeft de website ook een voorproef van de bijdragen, een fotorubriek met werk van de fotograaf Johan van Maasbracht, een webleeswijzer met suggesties voor goede sites.’

Veelbelovend, maar voorlopig wat magertjes. Inhoudsopgaven van een paar nummers per jaargang, de eerste bladzijde van een Kladboekje van Brouwers… maar ook een voorbeeldig omslag van Nicolaas Wijnberg. We want more!

Het omslag van Wijnberg

Valéry Larbaud (1881-1957) liet zijn boeken herbinden in kleurige banden, al naar gelang het genre. Jan van Nijlen (1884-1965) kaftte zijn boeken en plakte er zelf een etiketje op, zodat de omslagen niet zouden verkleuren. Schrijver en beeldend kunstenaar Rik Roland Holst (1868-1938) maakte voor een enkel boek wel eens een etsje, dat hij secuur vouwde om de boekband die hem niet beviel. Pierre Kemp (1886-1967) versierde zijn boeken met vliegerpapier, zodat zijn boekenkast de suggestie wekte van een kerkraam. (Meer schrijvers met dezelfde gewoonte ken ik niet. Bent u er één, meldt u zich dan alstublieft.)

Nicolaas Wijnberg (1918-2006) was behalve schilder, choreograaf en decorontwerper ook begenadigd omslagontwerper. Hij maakte jasjes voor de boeken van W.F. Hermans, Pierre Kemp, R.J. Peskens, de gebroeders Van het Reve en een hele rits dode auteurs voor de reeks De Witte Olifant. Zonder computer, maar met pen, penseel en inkt. De geïllustreerde bibliografie van Hermans geeft talloze voorbeelden.

Na zijn dood werd Wijnbergs kamer in het Rosa Spier Huis leeggehaald. Voor zijn bibliotheek schakelde men de onvermijdelijke antiquaar in. Op de planken van Wijnberg bleken enkele bijzondere exemplaren te staan. Hem dierbare boeken die hij van een nieuw omslag had voorzien.

Onder mijn neus heb ik een scheefgelezen paperback van Nabokovs Harlekinade, in de vertaling van Louis Ferron uit 1972. De glimmende kaft wordt aan het zicht onttrokken door een prachtig typografisch omslag, door de vorige eigenaar met inkt en stift liefdevol gemaakt. Waarom zou ik dit boek nog openslaan?