Niemandsbruid

Hermans bracht zijn geld wel weer op, gisteravond in Haarlem. Louis Ferron was minder in trek.

Het lot met de gemarkeerde Cremer verwisselde voor € 110 (excl. opslag) van eigenaar. Maar de auteursexemplaren van Het stierenoffer, Karelische nachten, Niemandsbruid, enz. bleven op de plank liggen of gingen voor de laagste richtprijs weg. Sabel en bajonet deden dan weer € 160 en € 230 (excl. kosten).

Gemarkeerd door Ferron

De Papieren Man meldt de veiling van het filmscript van Twee druppels water. Bij hetzelfde veilinghuis komt de boekerij van Louis Ferron onder de hamer. Ons eerdere bericht leverde een aardige anekdote op over het pistool dat Ferron aan de muur van zijn werkkamer had hangen: het bleek nog geladen te zijn.

Gisteren hebben we de rest van Ferrons voormalige bezit gezien. De schrijver was niet bepaald zuinig op zijn boeken. Zijn exemplaar van Ik Jan Cremer lag zo’n beetje uit elkaar. Maar het illustreert wel met welk enthousiasme Ferron het boek indertijd heeft gelezen. Op elke bladzijde was wel een passage gemarkeerd met een knalgele stift. Bijna een stiftgedicht.

Wat las Louis Ferron graag?

De bibliotheek van de dichter. Een enkele keer blijven de boeken ook na de dood van de vorige eigenaar gezellig bij elkaar en buigt een overheidsinstelling zich erover. Maar meestal klopt de veilingmeester of de antiquaar aan.

Louis Ferron overleed op 26 augustus 2005. Wat las hij graag? Kijk eens hier, want zijn bibliotheek wordt geveild. Veel filosofie, alle Rasters waaraan hij heeft bijgedragen, wat Zingende Zagen uit zijn woonplaats Haarlem, alles van Mulisch (‘From the library of Louis Ferron, occas. with (extensive) annots./ owner’s entry’) en een schrijnend briefje van een zatte vriend:

‘Schröder, A. AUTOGRAPH LETTER SIGNED “Je Allard” to Louis Ferron “Beste Louis”, “Amsterdam, ’s Nachts 25.VII.05”, pen and black ink, 1 fold. leaf, 29,7×21 cm, recto only.
– Sl. rubbed/ soiled.
= A letter from novelist Allard Schröder to his collegue Louis Ferron, who was committed to a hospital at time. Schröder, who confesses to being intoxicated whilst writing the letter (“Vergeef me mijn alcoholische hand!”), expresses his best wishes to Ferron (“(..) het beste, het aller-, allerbeste. Word maar gauw beter, want anders kom ik nog langs ook!”). Sadly, Ferron died just a month after receiving the letter.’