Allemaal onzin

Op het hoogtepunt van zijn roem, halverwege de jaren ’80, had Simon Carmiggelt drie elkaar beconcurrerende fanclubs: een kring, een genootschap en een centrum. Pierre Roth was voorzitter van het Cultureel Centrum Carmiggelt, de meest elitaire fanclub. Aan journalist Mary Ann Lindo vertelde hij dat een aspirantlid zes volledige Kronkels moest kunnen reciteren. Het is mij niet bekend of Roth altijd enig lid is gebleven.

In hetzelfde artikel in Het Parool (2 februari 1983) onthult Lindo dat er al in 1952 een Carmiggelt-genootschap bestond. Fans ontvingen zelfs een speciale ledenuitgave: zes aan de vergetelheid ontrukte verzen van Carmiggelt, die hij publiceerde onder de titel Stadsleed (1952) als J. Hanebrayer, predikant te Scherpenzeel. Er rolden 500 stuks van de pers van drukkerij Brouwer te Oldenzaal. Met deze primeur geconfronteerd vertelde Carmiggelt aan de verslaggever van Het Parool dat hij zich de dichtbundel slechts vaag kon herinneren:

Ik heb wel ooit zo’n exemplaar bezeten. Maar dat heb ik uitgeleend. Dus dat ben ik kwijt. Dat moet je eigenlijk nooit doen. […] Maar dat boekje zou ik wel weer eens willen zien.

Nog geen twee weken later weet Pierre Roth, via een oud-medewerker van Brouwer, enkele exemplaren te bemachtigen van Stadsleed dat, ondanks de in het colofon genoemde oplage, razend zeldzaam is gebleken. Onder bekenden van De Literaire Loodgieters deelt Roth de kleurrijke dichtbundel van ds. Hanebrayer uit.

Vrij snel na de verspreiding van Stadsleed blijkt dat het hele verhaal een goed-getimede grap is, verzonnen door De Literaire Loodgieters. Carmiggelt speelde de rol van verdwaasde en verbaasde auteur met verve. Er was in 1952 geen genootschap, geen bundel, geen drukker in Oldenzaal. Allemaal onzin.

Het staat zwart op wit in de eerste bibliografie van De Literaire Loodgieters, die nog hetzelfde jaar verschijnt. Roth, Broens en Spieker zijn de echte drukkers van Stadsleed. De oplage bedraagt in werkelijkheid 32 exemplaren.

Achteraf is het krantenstukje over een onbekende dichtbundel en – aansluitend – de vondst van een stapeltje exemplaren maar moeilijk te geloven. Maar geloof is hardnekkig. Carmiggelt-fans, in alle geledingen, zijn dol op dwaasheden.

Hadden ze maar iets langer naar het omslag van Stadsleed gekeken. Op het zwarte papier staan titel en auteur in okergeel, gedrukt met een prachtige reclameletter uit de jaren ’50. De ondertitel ‘Een handvol verzen’ staat in een kleiner corps tussen dubbele aanhalingstekens.

Dubbele aanhalingstekens blijken het, bij nadere inspectie, niet te zijn. Links en rechts van de ondertitel staan twee heel kleine en tegelijk kapitale LL’en: het drukkersmerk van De Literaire Loodgieters.

Een weinig, maar wel goed

De uitgaven van De Literaire Loodgieters zijn zeldzaam – gemaakt, niet geworden. Een boekje in een oplage van 4 exemplaren is bij verschijnen al bijkans ongrijpbaar. Pierre Roth, bij wie de drukpers van De Literaire Loodgieters in huis stond, zegt hierover in een interview in Het Parool (3 juli 1982):

De oplagen zijn zelden groter dan tien of twintig, tot vertwijfeling van een aantal bibliofielen, hoop ik. […] Wat soms wel erg leuk is, is te bedenken dat sommige mensen niet aan mijn boekjes kunnen komen.

Toch hebben verscheidene antiquaren in de afgelopen dertig jaar de hand weten te leggen op uitgaven van De Literaire Loodgieters. Vandaag ging er weer een aantal in de verkoop.

Drukwerk van het Amsterdamse driemanschap duikt voor het eerst op in catalogus 205 van antiquariaat Schuhmacher, in de lente van 1982 geheel gewijd aan W.F. Hermans. Nog geen half jaar na het door De Literaire Loodgieters uitgeven van Sita van de Wissels Beertje Bombazijn (1981) is een exemplaar voor duizend gulden bij de antiquaar te verkrijgen. Dat Sita van de Wissel en Lionel Prent pseudoniemen zijn van Hermans en Ewald Spieker is hier al bekend.

In september 1985 opent Willem Huijers papieren verkooplijst met liefst 41 items van De Literaire Loodgieters, waaronder alle verjaardagsuitgaven. De veelal ‘HS’ bestempelde of ‘nietig’ verklaarde exemplaren zijn vrij beknopt beschreven. Huijers toelichting bij De Literaire Loodgieters is veelzeggender:

Geuzennaam, voor een paar – mij sympathieke – mensen, die drukken wat hun bekoort. En dit zetten met de hand.
Een niet-commerciële pers, die vrij onbekend is. Hetgeen zeker te maken zal hebben met de oplagen.

De meeste prijzen liggen onder de honderd gulden. Uitschieter in Huijers catalogus is Per boot van Venetië naar Padua (1983) van Gerrit Komrij en Jaap Drupsteen: f 1975,-

In de De Slegte-catalogus 15 jaar nederlandse bibliofilie. De verzameling David J. Simaleavich neemt Eric J. Schneyderberg eind 1989 werk op van dertien belangrijke Nederlandse bibliofiele uitgeverijen, voor het overgrote deel afkomstig uit de collectie van de befaamde boekbinder.

In de inleiding wordt al gewaarschuwd voor de zeer beknopte beschrijving, die ‘noch volledig noch consequent’ is. Deze opstandigheid zit ook in de ondertitels van de op uitgeverij gesorteerde afdelingen. Bij Sub Signo Libelli is de keuze ‘in chronologische volgorde’ en bij De Regulierenpers ‘in willekeurige volgorde’, terwijl In de Bonnefant ‘in onlogische volgorde’ wordt gepresenteerd. Bij De Lange Afstand heeft Schneyderberg een grens getrokken:

Een keuze, waarbij afgezien is van beschrijving van werken verpakt in zakken zaagsel of gedrukt op ballpoints en van boeken met een oppervlakte van meer dan een halve vierkante meter.

Van De Literaire Loodgieters zijn drie uitgaven opgenomen: ‘een weinig, maar wel goed’. Ten opzichte van Huijers lijst zijn de prijzen bijna verdubbeld.

In de volgende twee decennia komt er maar sporadisch een uitgave langs. André Swertz heeft in 1990 een Beertje Bombazijn met een Parijse opdracht van Hermans à f 1300,- Antiquariaat AioloZ neemt in maart 2003 Sal Santens gesigneerde “Brief-fragmenten” (1981) mee naar de antiquarenbeurs in de RAI, waar niemand er de gevraagde 125 euro voor gaf – het luxe-exemplaar stond er een jaar later weer.

Pas in oktober 2008, wanneer de Hermans-collectie van Arie Oexman door Fokas Holthuis onder de loep wordt genomen, zijn er weer uitgaven van De Literaire Loodgieters verkrijgbaar. Beertje BombazijnSuid-Afrika (1983) en Willem Frederik Hermans’ schrijfmachineverzameling (1980) hebben stuk voor stuk een opdracht aan Ruud Broens, een van De Literaire Loodgieters. Voor de verjaardagsuitgave Suid-Afrika, het enige niet-nietige exemplaar ter wereld, wordt vijfduizend euro gevraagd. Misschien niet weinig, maar wel heel erg goed.

Voor de jarige

De Koninklijke Bibliotheek, die van alle Nederlandse uitgaven één exemplaar wil hebben, is het gelukt om het volledige fonds te bemachtigen van De Literaire Loodgieters, the most private van de twintigste-eeuwse Nederlandse private presses.

Conservator Paul van Capelleveen maakte gisteren bekend dat de laatste nog ontbrekende uitgaven onlangs werden aangekocht. De kop van zijn artikel – ‘De Literaire Loodgieters Compleet’ – komt in de ogen van een nederige verzamelaar utopisch voor. De Literaire Loodgieters hielden de oplagen van hun boekjes zeer laag: van 30, 20, 15, 6 tot slechts 4 exemplaren.

En intekenen behoorde niet tot de mogelijkheden. Sub Signo Libelli, die in de jaren ’80 ook tot bloei kwam, verspreidde vanaf het begin prospectussen voor te verschijnen uitgaven. Prijs en uitvoering stonden dan vast. Zo werd de liefhebber in staat gesteld bij voorbaat een (luxe-)exemplaar te bestellen.

Voor geen van de vijftig uitgaven van De Literaire Loodgieters is een prospectus vervaardigd. (Wel bestaat er, volgens de bibliografie, van een enkele uitgave naast de ingenaaide exemplaren een ‘luxe gebonden editie’.)

Het drukken van boekjes in een oplage van 4 exemplaren, waarvan er 3 bij verschijnen nietig werden verklaard, beschouwt Van Capelleveen als ‘een spel met de overdreven bibliofiele hang naar exclusiviteit’. De derde uitgave van De Literaire Loodgieters is al zo’n statement: De scheet in perkament gebonden (1980) is het commentaar van Vic van de Reijt op Komrij’s bibliofiele uitgave De bibliofiel (1980). Daarvan verschenen (zogenaamd) 15 genummerde scheten en enige losse flodders op toiletpapier.

In 1983 en 1984 werden twintig schrijvers op hun verjaardag verrast met de exclusieve uitgave van een eigen tekstfragment door De Literaire Loodgieters. In dit selecte gezelschap bevinden zich J.M.A. Biesheuvel, Maarten ’t Hart, W.F. Hermans, F.B. Hotz en Gerrit Komrij. Van de officiële oplage van 4 exemplaren moest de jarige schrijver 3 nietige exemplaren gesigneerd retourneren. Het niet-nietige exemplaar viel de schrijver ten deel.

(Dat ene auteursexemplaar is uiteraard onbereikbaar. Wel kan ik beamen wat de KB-conservator schrijft: ‘een ‘nietig’ exemplaar kunnen verwerven is voor een verzamelaar natuurlijk een triomf’. Hoe blij dat ik ben met mijn incomplete verzameling De Literaire Loodgieters.)

Nogal eens is de tekst van zo’n verjaardagsuitgave thematisch gekozen. Sprookje (1983) van Anton Koolhaas gaat over een stokoude koning, Belcampo’s Dichter (1983) nadert het graf, Jan Kals cadeautje is getiteld Een jaartje ouder (1983). In zeker twee gevallen heeft de tekst betrekking op het drietal uitgevers. Sal Santens De L.L. (1983) luidt:

Aardige mensen, die zich ten onrechte literaire loodgieters noemen, een naam die voor het eerst in Propria Cures is gebruikt, die een geuzennaam moet betekenen, maar na Watergate een nare bijsmaak heeft.

Voor de 33e verjaardag van Ewald Spieker werden de zaken omgekeerd: de tekst was niet van, maar voor de jarige. Op de titelpagina wordt als auteur vermeld ‘De L.L.’, waarachter hier vermoedelijk alleen Ruud Broens en Pierre Roth schuilgingen. De uitgave Ewald (1983) is geen spelletje met bibliofiele normen en waarden, maar een oprechte dankbetuiging:

Zonder jouw lessen hadden er nooit l.l. bestaan

Koffiemelkcupdeksels en bovenkaken

Catawiki bestaat al sinds 2008, maar het afgelopen jaar heeft de internationale veiling- en verzamelwebsite pas een hoge vlucht genomen. Meer dan twee miljoen bezoekers per maand, ruim honderdduizend gebruikers die hun verzameling aan de catalogus van Catawiki hebben toegevoegd, zesentwintig veilingen per week. Verzamelaars van atlassen, oldtimers, stripboeken, fototoestellen, dameshorloges, sportschoenen en koffiemelkcupdeksels wisselen op Catawiki niet alleen informatie met elkaar uit, maar verkopen er ook door henzelf beschreven en gefotografeerde items.

Soms met bizarre opbrengsten als resultaat: een door Drs. P voor het weekblad Panorama geschreven promotieboekje bracht op 30 januari jl. liefst 272 euro op. Bij een traditioneel veilinghuis was deze uitgave ofwel (onbeschreven) in een kavel opgenomen ofwel bij het oud papier beland. De generalist verliest het hier van de specialist, die de verzamelaar immers is.

René Schoenmakers en Marco Jansen, de oprichters van het in Assen gevestigde bedrijf, vonden het wel leuk om bij hun vijfjarig jubileum een tijdschrift te laten verschijnen. Het eerste nummer van Catawiki Magazine (ondertitel: ‘Hét blad over verzamelen’) verscheen in oktober 2013, het tweede lag eind januari op de deurmat. De adviesprijs van een aflevering is € 4,95, maar dat zegt niks: nummer 1 werd gratis verspreid, nummer 2 valt binnen een jaarabonnement van € 1,95. Voor Boormans Wereldtijdschrift hoefden abonnees ook amper te betalen.

Catawiki Magazine gaat over verzamelen, verzamelaars en Catawiki. In het eerste nummer vertelt televisiemaker Valerio Zeno (maat 42) uitvoerig over zijn collectie sneakers: dat zijn er zo’n 120 paar, voor 95 procent van het merk Nike. Fossielenverzamelaar Albert Hoekman laat in het tweede nummer zien wat hij zoal uit Nederlandse netten heeft gevist. Het werd zoveel dat hij er maar in is gaan handelen: ‘Een onderkaak van een mammoet. Zeer geliefd, ik heb er een wachtlijst voor. Een mooie onderkaak kost 2.400 euro. Bovenkaken? Die zijn minder mooi.’

De verkoopsuccessen van Catawiki komen aan bod in rubrieken als ‘Veilingopbrengsten’ en ‘De vondst’. Argeloze burgers vertellen over hun gelukjes, zoals het voor 1 euro opgeduikelde stripje De vrolijke Avonturen van Doris Dobbel (12.000 euro op een Catawiki-veiling) en de als wisselgeld ontvangen euromunt met het 50-eurocentstempel (500 euro dankzij Catawiki). Het zijn de waargebeurde sprookjes waaraan Tussen Kunst & Kitsch haar kijkcijfers dankt. In het gunstigste geval wakkeren ze de jachtlust aan. (Ik heb me weer voorgenomen vaker naar een kringloopwinkel te gaan.)

Hoogtepunt tot dusver is het interview door Vincent van de Vrede met de ‘literaire loodgieter’ Pierre Roth. Stereofoto’s, Paulus de Boskabouter, W.F. Hermans, S. Carmiggelt, Proost Prikkels: Roth verzamelt verzamelingen. Uit het gesprek komt hij naar voren als een aimabele doch wereldvreemde man. In ruil voor een lunch in de bedrijfskantine ordende hij het archief van papierfabriek Proost en Brandt, op de foto staat hij in korte broek en geruite pantoffels. Verrassend is het om te lezen dat Valerio Zeno perfect de verzamelpraktijk kan samenvatten: steeds engere criteria hanteren, aan exemplaarverbetering doen, onderhandelen, het verhaal erachter willen weten. Wat voor boeken geldt, geldt blijkbaar ook voor sneakers.

De vormgeving van het magazine is enigszins amateuristisch. Harde kleuren (Catawiki-blauw), weinig subtiele en nogal opgeblazen lettertypen, onhandige foto’s: zo pretentieloos als het tijdschrift zelf.

Deze bespreking van de eerste twee afleveringen van Catawiki Magazine verscheen in De Boekenwereld, jrg. 30, afl. 2 (juni 2014).

Schreeflozen

De Literaire Loodgieters: van de twintigste-eeuwse Nederlandse private presses misschien wel the most private. Op maandagavonden liet typograaf Ewald Spieker een groepje bevriende Amsterdammers, onder wie Carmiggeltfan Ruud Broens en meester-loodgieter Pierre Roth, kennismaken met lood en oud ijzer. De bedrukte vellen werden verdeeld onder de schrijver en de drukkers. Alles bleef ondergronds.

De Literaire Loodgieters drukten vaak vergeten teksten van bekende auteurs in vrolijke kleuren, zoals een gedicht van Simon Carmiggelt, in een oude bijlage van Het Parool gevonden. Ze maakten geen esthetische hoogstandjes in de vooroorlogse traditie, zoals in het begin van de jaren ’80 elders in Nederland het streven was. Bomans’ Brief aan Opland bestaat uit enkele losse bladen in een envelop. Beertje Bombazijn is een zuiver vierkant boekje. Cancelleresca Bastarda? Romanée? Ha! Arial, Gill, Helvetica. Schreeflozen althans, want de corpsen worden niet per se verantwoord in een precieus colofon.

Het drukwerk van De Literaire Loodgieters kwam zelden tot nooit in de handel. Alleen in de eenmanstijdschriften van de drie elkaar beconcurrerende Carmiggeltkringen dook weleens iets op. ‘Te ruil/ te koop gevraagd’. Vandaag kwamen 18 uitgaven in de verkoop.

De oplagen van Het Literaire Lood zijn zo klein dat de meeste verzamelaars en bibliotheekmedewerkers nog nooit een boekje in handen hebben gehad. De Literaire Loodgieters haalden wel Het ideale boek: een naamsvermelding achterin en de jaartallen 1980-1985.

Bibliofiele bibliografie

Een paar dagen geleden is het lemma Gerrit Komrij verrijkt met een bibliografie van bibliofiele uitgaven. Verzamelaars zien nu in een oogopslag welke boeken ze in de reguliere boekhandel konden kopen en welke met aluminium verrijkte vouwbladen ze wel nooit zullen bezitten, omdat de oplage zo belachelijk klein was. De conservatieve gemeenschap die Wikipedia heet heeft de aanvulling met vraagtekens en uitroeptekens begroet.

De eerste toevoeging, die toevallig uitgaven van de Literaire Loodgieters betrof, wordt gezien als ‘boekreclame’ en een ‘promoprobleem’. Dan rijst de vraag of een uitgaafje in een oplage van 4 exemplaren überhaupt een plaats in een Wiki-bibliografie verdient. De nijvere Wikipediaan die Komrij’s bibliofieltjes op een rijtje wil zetten wordt flauwtjes doorverwezen naar Het Taalb(r)ouwsel, een online overlegruimte die alle kenmerken van een bruine kroeg vertoont. De nijvere Wikipediaan schrijft echter een overtuigend weerwoord.

‘Belangrijk hierbij is dat al de genoemde [bibliofiele] publicaties door Komrij zijn goedgekeurd en hij ze ook zelf als een onvervreemdbaar onderdeel van zijn bibliografie beschouwt […] We kunnen liefhebbers en verzamelaars van het werk van Komrij niet het zicht ontnemen op deze uitgaven, hoe zeldzaam ze ook zijn, omdat ze regelmatig teksten of gedichten bevatten die verder nergens zijn gepubliceerd.’

Vervolgens sputtert iemand nog over gelegenheidsuitgaven en roofdrukken, maar dan heeft de bibliografie al autoriteit gekregen. De volledige woordenwisseling staat hier.

Uit Belcampo

Aad Meinderts doet een oproep per tweet: ‘Wie kan op 9-2 (morgen dus) om 12u voorlezen uit Belcampo?’ Helaas moet De directeur werken, anders was hij naar dit graf in Rijssen gaan treinen, met in zijn rugzak één van zijn acht exemplaren van De filosofie van het belcampisme of de in eigen beheer uitgegeven bundel Verhalen. Hopelijk kan Pieter van Veen, waarnemend burgemeester, zijn plaats innemen.

Leessuggestie met anekdote: op 21 juli 1983 vond Belcampo op de deurmat van Schuitendiep 31 een envelop van de Literaire Loodgieters, met daarin de totale oplage van het uitgaafje Dichter. Belcampo werd verzocht een kwart van de totale oplage te houden en de overige drie exemplaren gesigneerd te retourneren aan de drie Literaire Loodgieters (Ruud Broens, Pierre Roth en Ewald Spieker). Dichter zou morgenochtend in zijn geheel moeten worden voorgelezen.

Uit de la (2)

Te klein voor een persbericht, te leuk voor de stapel oud papier. De directeur haalt wat paperassen uit de la van Artistiek Bureau. Oorspronkelijk werk vindt men exclusief in Tzum en De Boekenwereld.

Het Amsterdamse antiquariaat JOOT biedt à 650 euro een complete set eerste drukken van Het Bureau van J.J. Voskuil aan. Het bijzondere van deze reeks is dat elk deel voorzien is van een opdracht van de schrijver, gericht aan een intimus die in de roman fleuve voorkomt. In de handgeschreven teksten zinspeelt Voskuil op het eindige en de dood: ‘Wie uit turf is geboren keert tot turf weer – maar wacht nog even Lieve Heer’, ‘Vooruitlopend op mijn afgang, in de eerste betekenis (Van Dale)’ en ‘Aan alles komt een eind, helaas’. Voskuil signeerde zelden, laat staan zo uitgebreid.

A.L. Snijders, wiens Vijf bijlen zojuist vele brievenbussen doorkliefden, heeft zondag 3 januari 2010 zijn eerste eigen tv-optreden. Snijders is dan te gast bij Wim Brands in VPRO’s Boeken. Eerder mocht de schrijver van zkv’s komen opdraven in De Wereld Draait Door. Over dit optreden leze men het zkv ‘Vraag en antwoord’, in: Vijf bijlen, pagina 641.

Op Marktplaats staan sinds 27 september enkele zeer zeldzame uitgaven van de Literaire Loodgieters te koop. Deze drie vrienden maakten in de tachtiger jaren in een oplage van vier exemplaren curieuze, bibliofiele uitgaven. Menig schrijver kreeg op zijn verjaardag de hele oplage van een boekje toegestuurd, met het verzoek één exemplaar te houden en de overige drie – nietig verklaard en gesigneerd – te retourneren. Belcampo kreeg Dichter, Hermans werd aan Beertje Bombazijn herinnerd, Komrij ontving Badkamer, Jan Kal werd Een jaartje ouder, Vic van de Reijt deed nog aan Sport, Anton Koolhaas schreef een Sprookje. Animo voor de boekjes is er niet: niemand heeft nog geboden.