Raspig is de tong

Eerder vond ik een pijnlijk kattengedicht van Gerard den Brabander in het intrigerende literaire tijdschrift Werk. Vandaag trof dit ouderwetse sonnet van Pierre H. Dubois mij. Hij schreef het een paar jaar voor zijn officiële debuut en jaren voor zijn standaardwerk over Marcellus Emants verscheen.

DE KAT

Zij is zeer glad wanneer de rug zich strekt,
de haren donzig achterover hellen
en ’t lenig lijf elastisch kromt of rekt,
terwijl de pupillen in het donker zwellen.

Spookachtig licht brandt in die groene wellen
en raspig is de tong waarmee zij lekt
over de zachte huid, de buik met de mamellen,
gekromde klauwen en geklauwde bek.

Sluipende passen ’s avonds door het donker
over het erf, de schuur of langs de trap.
De snelle oogen schieten groene vonken,

wanneer zij sporen ruikt van rat of muis.
Dan ligt het trillend lijf, schijnbaar ontveerd en slap,
maar vijlt de nagels tot een marteltuig.

Uit: Werk, jaargang 1, oktober-nummer (1939)

Katalysator

György Konrád droomde dat hij twee katten was. Die van Campert hield een dagboek bij. Baantjer had dertien katten. Die van Elsbeth Etty heette Roetje. Hermans beschreef de liefde tussen mens en kat. Van Hattum had ze liever met mannen. Thomas Rosenboom laat de zijne schaatsenrijden… Het is wat met schrijvers en katten. Er zijn boeken en kalenders mee te vullen. Anja Meulenbelt verzamelt plaatjes van katten en hun literaire baasjes. Ze heeft een, excusez le mot, poesiealbum vol!

Gerard den Brabander had deze hausse met leedwezen aangezien. Zijn poes stierf op 29 oktober 1936.

DOOD VAN EEN KAT

Een wiel; een wereld walste over hem heen;
hij voelde ’t lichaam in de aarde dringen;
een helsche pijn vlood, tusschen brekend been,
waanzinnig door der darmen slingeringen.

Toen week de druk: de kop lag half geplet;
de oogen puilden glazig naar de steenen;
het taaie leven zag zich vastgezet
in ’t dichtgeknepen lijf en deed het springen,
maar wist zich eindlijk door den hals te wringen
en door den kop, die bloedde en leek te weenen.

Uit: De litteraire Revue, jaargang 1, nummer 5 (mei 1937)