Vasthouden

In het niet genoeg te prijzen boek De omgevallen boekenkast (1987) tipt Hans van Straten, in zijn voorlaatste aantekening, de verzamelaar van Nederlandse literatuur: ‘Het paard van Ome Loeks door Remco Campert verscheen in 1962 als nummer 524 in de Zwarte Beertjes van Bruna. Wie een exemplaar bezit moet het maar goed vasthouden, want het is een zeldzaamheid.’

Daar lacht de verzamelaar nu smakelijk om. Het internet heeft dit onvindbare boek ontmaskerd. Minstens zeven exemplaren van Camperts Ome Loeks staan er op dit moment te koop, in prijs variërend van 2 tot 6 euro. In de vandaag verschenen catalogus Remco Campert van Demian is dit Zwarte Beertje (uiteraard) niet opgenomen.

Demian beschrijft andere zeldzaamheden: de eerste twee nummers van het tijdschriftje Braak (1950), het in Vila Pouca da Beira afzonderlijk uitgegeven gedicht Rechterschoenen (1992), Het gangstermeisje (1965) met een extra fictief omslag. De catalogus blinkt uit in archivalia (van het handgeschreven jazzgedicht ‘Chet Baker’ tot de originele ontslagbrief aan Podium) en exemplaren met opdracht (aan ‘Gust [Gils]’, aan ‘mam’ [= Joekie Broedelet]). Het originele kladhandschrift en typoscript van Camperts prachtige roman Een liefde in Parijs (2004) is vanaf heden eveneens te koop. Dit studieobject kost 3500 euro.

De zeldzaamste en, in mijn ogen, begeerlijkste Campert staat niet in de catalogus. Ten Lessons with Timothy (1950) is sinds het door de dichter zelf in een oplage van 25 stuks in Parijs werd gedrukt vrijwel onvindbaar. Al vanaf januari 2012 zaag ik elke antiquaar erover door, spoor ik elke schrijversweduwe op. Ik wil een feilloze inventarisatie van de bundel maken, aanvankelijk ten behoeve van een publicatie, nu alleen nog voor mijn eigen gemoedsrust. (Nee, Campert heeft zelf geen exemplaar meer, ik heb het hem gevraagd.)

Ten Lessons with Timothy is echt zeldzaam dus. Maar het is riskant om zoiets te beweren. Zie boven.

Keuterland

Historische cartografie staat vol in de schijnwerpers. Onze Koning ontving laatst het eerste exemplaar van de facsimile van De Atlas der Neederlanden, Kester Freriks en Joyce Roodnat maakten voetreizen over oude landkaarten en dan verscheen ook nog het cartografie-nummer van De Boekenwereld, wonderschoon geïllustreerd.

Perkamentus schreef vorige week bovendien over zijn oude liefde voor kaarten en prenten. Hij roerde ook de dubieuze praktijken van sommige prenthandelaren aan: zij kopen een atlas en snijden thuis alle kaarten eruit, omdat deze per stuk meer opleveren dan bij elkaar in een band. Perkamentus noemde een handelaar met naam en toenaam, waar hij zelf een nogal ontnuchterende ervaring mee had – maar er zijn er meer die al jaren ongenoemd blijven.

In zijn Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat (2007) portretteert Piet J. Buijnsters dezelfde handelaar uit de bollenstreek, zonder zijn slooppraktijken te veroordelen:

‘Hij zit als het ware in de machinekamer van het Nederlandse antiquariaat en representeert daarmee het permanente spanningsveld tussen de ethische en de meer commercieel denkende handelaars.’ In België heeft de antiquaar de charmante bijnaam ‘De Gouden Schaar’.

Zelf houd ik meer van fictieve cartografie. De neiging om te knippen, snijden en scheuren is dan ook minder groot. De beste 1-aprilgrap van de vorige eeuw betrof een katern van The Guardian dat geheel in het teken stond van de tienjarige onafhankelijkheid van de kleine eilandengroep San Serriffe in de Indische Oceaan. Deze natie, inclusief alle aan lettertypes ontleende plaatsnamen, bestaat alleen op papier. Het is een kikker-in-je-bil-die-er-nooit-meer-uit-wil: sinds 1977 duikt de verzonnen archipel om de paar jaar weer op in officiële berichtgeving.

In mijn boekenkast vond ik twee voorbeelden van literaire of fictieve cartografie uit de eerste helft van de twintigste eeuw.

De mij onbekende P.A. Eggermont maakte in 1932 de omslagtekening voor het najaarsnummer van het katholiek-culturele tijdschrift De Gemeenschap. Hij tekende een kaart van een naamloze kuststreek in de Lage Landen. Grofweg zijn er drie gebieden te onderscheiden: het Politiek Moeras, het Letterkundig Gewest en de Radiovlakte. In de Perszee ligt het Tijdschrifteneiland, daarvoor de Drukfoutenbank en het Nauw van Redaktie. In de Muskietendelta komt de Stroom der Welsprekendheid binnen, die meandert langs ’t Denkend Deel (waarin een Heilig Huisje), onder het Spreekkoorkanaal door. Deze streek is goed voorzien van openbaar vervoer: er loopt een spoorlijn van Lezersdorp, via het Lyries Labyrint en de Stille Plantage, naar de Bibliotheekbuurt. In het zuiden ligt dan nog een Epies Bos en het Proefveld van de Mij. tot veredeling van krachttermen.

Met de roman Keuterland voltooide Joh.W. Broedelet in 1910 zijn Vagebond-trilogie. (De drie boeken zijn volstrekt vergeten, maar daar kan de recente lancering van een verkorte herdruk van Hofstad, het tweede boek Vagebond uit 1909, verandering in brengen.) In dit onwaarschijnlijke reisverhaal gaat hoofdpersoon Vagebond op tournee door de provincies en langs de steden van Keuterland. Het leukst aan dit boek is niet het proza van Broedelet, dat slechts bij flauwe vlagen weet te boeien, maar de landkaart van Keuterland, die tegenover de titelpagina is afgedrukt.

De kaart van Keuterland, ‘met de provinciën, steden en gehuchten welke door Vagebond werden bezocht’, is een cartografische samenvatting van de satirische roman. Ter hoogte van Den Haag ligt Hofstad, op een schiereiland in het zuiden is Ziekirlee te vinden, waar Noord-Brabant te verwachten valt ligt West-Zwartland. De provincie Groningen, pardon: Noord-Keuterland kent vijf kleine plaatsen, per trein te bereiken: Onderdedirk, Dubbeldarie, Hoogkiek-Sappebroek, Kropdijkwoud en Herdegriepshornwolde. De legenda verklaart wat de stippellijn op de kaart in Broedelets werkelijkheid betekent: ‘omnibus in aanleg’.

Van jullie Maarten B. (2)

Gistermiddag heeft een plank Biesheuvel op een veiling in Leiden ruim 4000 opgebracht. De opdrachtexemplaren en bibliofiele edities uit het bezit van wijlen Breugelmans deden vaak twee- tot viermaal de richtprijs, al bleef het grote vuurwerk van twee jaar geleden uit. Kavel 137 ging herhaaldelijk over de kop: beide opdrachtexemplaren en een proefdruk van Biesheuvels boekenweekgeschenk haalden bij een schatting van 60 euro liefst 280 euro. Een in linnen gebonden auteursexemplaar van De verpletterende werkelijkheid werd voor 380 afgeslagen, maar dat kwam natuurlijk door die moskeetekening.

Toen de Bies-storm was gaan liggen, kwam het leukste lot langs: tien mooie boekbanden van (bijna) vergeten romans van rond 1900. Voor een schijntje kreeg ik de zeldzame roman Keuterland (1910) toegewezen. Och, er gebeuren rare dingen op veilingen. The heat of the moment. Een antiquaar achterin de zaal verzuchtte dat hij nog verscheidene opdrachtexemplaren van Biesheuvel in de verkoop had, voor fracties van de bedragen die op de veiling werden gehaald.