En Jean-Paul ook

Duizend is een abstract getal. Daar kan ik niks mee. Het als een woord opschrijven in plaats van een reeks cijfers maakt het niet makkelijker. Een miljoen in de loterij winnen is ook zoiets – maar op een dag is het geld op.

In een jaar tijd zijn alle duizend exemplaren van de eerste druk van de Literaire wandeling Groningen verkocht. Zojuist is de tweede druk verschenen. Herzien en uitgebreid. Het huisnummer van Ab Visser werd gecorrigeerd, evenals de geloofsrichting van zijn aanstaande schoonvader. Het verhaal over de literaire kroegbaas Anton van der Hoef werd uitgebreid, naar aanleiding van een brief van Ferdinand Langen. Het mysterie van het studentenhuis vol dichters aan de Lodewijkstraat werd, op aanwijzingen van Bart FM Droog, ontsluierd.

Maar de snelste terechtwijzing kwam van een dichter uit Amsterdam, die zichzelf, ondanks zijn Groningse jongensjaren, helemaal niet in de wandelgids had aangetroffen. Dat was nog geen week na de presentatie. Hij staat er nu in. Zijn even vriendelijk als dodelijk compliment ‘Verder leuk boekje hoor’, aan het eind van zijn bericht, had ik graag als aanbeveling op de achterflap van de tweede druk gezien. Het werd ‘Zeer de moeite waard!’, gekozen uit de paginagrote bespreking in Trouw (8 december 2012).

Over de schrijver en schilder Jean-Paul Franssens is vorige week een prachtig boek verschenen. Het is een kruising tussen een autobiografie, een overzichtscatalogus en een liber amicorum. Het boekwerk is onberispelijk uitgevoerd. Zo zijn de teksten op ander papier gedrukt dan de afbeeldingen van Franssens’ schilderijen. Ik ben een van de 75 uitverkorenen die een genummerd exemplaar konden aanschaffen. Bovendien zijn deze op de Franse titel postuum gesigneerd, met het adresstempeltje van Jean-Paul Franssens (‘Zuiderkerkhof 1’).

In Jean-Paul Franssens: Leven, werk en vrienden schrijft Connie Palmen verrassend geestig over het dubbeltalent van haar vriend Jean-Paul. Ze voegt er nog een talent aan toe: ‘namelijk het talent om vrienden te maken die vervolgens al die tentoonstellingen openen, eerste bundels aanbieden, meewerken aan opera’s en catalogi van voorwoorden voorzien’. A.F.Th. van der Heijden herinnert zich verschaamd hoe de keuze voor een schilderij van Franssens gemaakt werd – tot de teleurstelling van een zwijgende Tonio, die liever het doek met de lianen wilde hebben (‘meeste stemmen gelden’). En er zijn de vele kroeg- en dronkenschapsverhalen. Soms is er een beetje overlap – zoals de sprekers bij een uitvaart dezelfde anekdotes memoreren.

Bernard Franssens vertelt in kort bestek over zijn jongere broer. Beiden groeiden op in een huis aan de Noorderkerkstraat in Groningen, met uitzicht op de Nieuwe Kerk en, door de bomen heen, de Boteringestraat. Wonderlijk is het verslag van de spontane openluchtconcerten, die Jean-Paul met zijn vader gaf. ‘Mijn vader zong fantastisch en Jean-Paul ook en als dan bij ons van de warmte de ramen open gingen en ze waren aan het zingen, dan zaten al die mensen daar op dat muurtje en dan werd er opeens enorm geapplaudisseerd.’

Deze nieuwe herinneringen aan de jonge Jean-Paul Franssens staan helaas niet in de Literaire wandeling Groningen. Bewaren we voor de derde druk.

Olievlek

Henny Vrienten vertelde het afgelopen zomer op de landelijke televisie. De bibliotheek van Hans van Mierlo was verworden tot een berg bananendozen op het Waterlooplein. Connie Palmen had goed huisgehouden. Vrienten had met buitengewone belangstelling een stapel boeken uit een doos gevist met aantekeningen van Van Mierlo, misschien was er ook een enkel exemplaar met opdracht aan de overleden politicus. En zo ging het zeker vijf minuten over de aantrekkingskracht van marginalia, het speciale van een aangeraakt boek. Goed en fijn – wat je verder ook van Vrienten en zijn optreden in Zomergasten vindt. (Er is geen bal op de tv.)

Henny Vrienten was natuurlijk niet de enige die door de dozen van Van Mierlo ging. De bibliotheek van Van Mierlo verspreidde zich als een olievlek over Amsterdam. Binnen de kortste keren boden antiquariaten in de omgeving Van Mierlo aan. Ik vond in mei 2011 bij JOOT een uitgebreide, deels onleesbare opdracht van Jean-Paul Franssens aan Hans van Mierlo.

Het is geen geheim dat een klein deel van de bibliotheek van Hella S. Haasse op de boekenmarkt is beland. Af en toe duikt er een aan Haasse opgedragen boek op. Een olievlek? Nee, niet echt. Maar ik heb bij zeker vijf antiquariaten en boekverkopers opdrachtexemplaren gesignaleerd. Met de beste wensen van S. Carmiggelt, Max Croiset, Marc Jager, Margreet van Hoorn, Michael Hulse, Leonard Nolens, Cees Nooteboom, Aleid Truijens en Theun de Vries.

Nu wordt er in november een klein archief van Haasse geveild. Weer opdrachtexemplaren van Margreet van Hoorn en Willem Nijholt, maar ook vijf originele zwart-witfoto’s van een zeer jeugdige Hella S. Haasse, met een grote witte strik in heur haar.

Venijnige krullen

God voor en God na, de God van de christenen en de God van de moslims, in de mooie documentaire Rijssens stille oorlog. De humorloze refo boekhandelaar – die ongeveer duizend Islamieten in Rijssen echt niet over een kam scheert, want ‘er zitten best vriendelijke mensen tussen’ en verder is het triest dat ze de verkeerde godsdienst aanhangen – deze meneer doet niets anders dan vooroordelen spuien. Zo hoort het. Het werk van Rijssenaar Belcampo zal hier nooit over de toonbank gaan – ook al niet omdat geen enkele uitgave van Belcampo nog in de reguliere boekhandel verkrijgbaar is.

De docu opent met een citaat uit Belcampo’s ‘Het Grote Gebeuren’ en eindigt met Rijssenaar Harm Agteresch (‘Harm oet Riessen’) aan Belcampo’s graf. De (verwelkte) roos van Aad Meinderts ligt er nog. Harm begrijpt niet waarom er een hoog hek om het graf van Belcampo staat: ‘Hij was een vrije vogel, een zwerver, nu kan hij nergens meer heen’.

Blijkbaar weet hij niet dat Belcampo dit op het platteland gevonden grafhek jarenlang in de gang van zijn huis aan het Schuitendiep had staan. Voorbestemd. ‘Smeedijzer met venijnige, roestige krullen. Iedereen deed zich er zeer aan,’ schreef Jean-Paul Franssens in zijn in memoriam.

De filosofie van het belcampisme

Afgelopen zondag vertelde Klaartje Bruyn op Artistiek Bureau het leuke verhaal achter haar exemplaar van De filosofie van het belcampisme (1972). Voor de verspreiding van dit beruchte boek heeft de auteur zelf gezorgd. Hij schonk het weleens aan vrienden en verkocht het ook aan fans vanuit zijn woonhuis. Menig exemplaar werd van een opdracht voorzien. Hoeveel zouden dat er eigenlijk zijn?

Artistiek Bureau start hierbij de allereerste inventarisatie van opdrachtexemplaren van De filosofie van het belcampisme. Hebt u destijds een exemplaar mogen ontvangen? Of hebt u toevallig een gesigneerd exemplaar in de kast staan? Meld dit dan meteen! Reageer alstublieft hieronder.

De directeur geeft het goede voorbeeld: ‘Voor Eddie en Gusta Bayer/ Niemand hoeft het er mee/ eens te zijn./ Als hij ’t maar leest!/ Belcampo/ 20. 11 ’72’ staat er in zijn exemplaar, nummer 00001 van de inventarisatielijst. In het exemplaar van Jean Paul Franssens schreef zijn vriend: ‘Van de bordeelsloper Belcampo 16 12 ’72’, genoteerd als nummer 00002.

Wie volgt?

Gein

Hij overleed vandaag vijf jaar geleden. Jean-Paul Franssens (1938-2003) is inmiddels een niet in zwang zijnde schrijver en zijn boeken worden incouranter met de dag. Dat spijt De directeur, die De wisselwachter met genoegen tot zich nam. ‘Laat iedereen in godsnaam dat debuut lezen’, zei A.F.Th. van der Heijden deze week in Met het oog op morgen. In het exemplaar van artistiek administrateur Henk Manie pende Franssens deze naar een klassieke uitspraak van Nescio verwijzende opdracht.

Zijn literaire nalatenschap is vandaag overgedragen aan de UBA.