Pretenties

Van de mooiste romancyclus in de Nederlandse literatuur verschijnt in mei een ‘eenmalige, prachtig vormgegeven editie’. De Bezige Bij gaat ‘alle zeven delen’ van De tandeloze tijd, in een nieuwe vormgeving, opnieuw uitgeven. In een zomerprospectus is sprake van een ‘gebonden editie met omslag’, genummerd en gesigneerd door de auteur.

Alle zeven delen tot dusver: A.F.Th. van der Heijden heeft zijn cyclus nog niet voltooid.

Brigitte Slangen tekent voor de nieuwe omslagen. Ze ogen, op het eerste gezicht, wat flets. De typografie is klassiek. Slangen plaatst op het omslag telkens een zwart-witfoto van een natuurtafereeltje (bloem, zee, berg, rivier) met middenin een titeletiket in drie complementaire pasteltinten. Als dit niet enthousiast klinkt, dan is dat zo bedoeld.

Ik kan De tandeloze tijd, zoals ik met de cyclus heb kennisgemaakt, niet uit mijn hoofd zetten. De smalle, schreefloze letters naast een portretfotootje van de auteur op een hardgroene of -rode achtergrond, daaronder de naam van de cyclus in uit kranten gescheurde letters (per deel verschillend). Deze iconische omslagontwerpen komen uit de koker van Ary Langbroek, alias J. Tapperwijn. De vette krantenkopletters suggereerde Van der Heijden in 1987 zelf. De betrokkenheid van deze auteur met de vormgeving van zijn werk is groot.

Het is te hopen dat De Bezige Bij deze magistrale boeken werkelijk fraai uitgeeft. Voor de vormgeving schakelt de uitgeverij meestal grote namen in. Maar de laatste jaren wordt er op de uitvoering van de boeken (niet alleen bij De Bezige Bij) flink bezuinigd. De belangrijke briefwisseling Hermans-Reve Verscheur deze brief! Ik vertel veel te veel (2008) is zo’n ‘gebonden editie met omslag’: voor de band is karton in plaats van linnen gebruikt, het binnenwerk bestaat niet uit ingenaaide katernen, maar is als blok afgesneden vellen op een los strookje geplakt.

Een genummerde oplaag en des schrijvers signatuur: voor een gewone uitgeverij zijn dat bibliofiele pretenties. Een boekenminnaar zal echter niet blij worden van een handtekening in een boek dat uit tweederangs materiaal is samengesteld en goedkoop is afgewerkt. Geen ‘luxe jasje’ kan prutswerk verhullen.

Pauwhof-Press

Een schrijver-van-één-boek, de briljante eendagsvlieg, is een begrip. Maar de uitgeverij-van-één-boek? Hoewel de naam anders doet vermoeden, valt de Blauwe Maandag Pers buiten deze categorie. Het miljoenenechtpaar Kröller-Müller heeft zich weleens aan een bibliofiele Hubertus-uitgave gewaagd. Verder?

In 1952 verscheen bij de Pauwhof-Press de bundel Seven Poems, gedichten van Ab Visser in een vertaling van Leonard Wolf. Achter de pers verschool zich Conny Tamminga, misschien wel de vrouw van de bekende Haagse drukker F. Tamminga, die een tijdje rond de Wassenaarse kunstenaarskliek rondhing. De fondslijst van deze private press op De Pauwhof beperkt zich tot deze ene (inmiddels zeldzame) titel.

‘Andere tijden, terug naar de onze’. Of op De Pauwhof nog steeds de serene rust heerst die schrijvers en schilders zoeken voor studie en scheppende arbeid? Het schijnt geen toevluchtsoord voor kunstenaars meer te zijn. Wie nu naar het rijksmonument aan Paauwlaan 2a fietst treft waarschijnlijk een welgestelde familie aan – met dito buren. Uit 2006 dateert het bericht dat het Pauwhof Fonds geen bijdragen meer verstrekt.

Onderwijl heeft de eminente vormgever J. Tapperwijn ‘wegens overcompleet’ drie zeer gezonde pauwenhanen in de aanbieding. Levende have op het artistieke boerenerf.