Met gestrekte vinger (2)

Bieden, tegenbieden, verbieden. Het was geen gepensioneerde rijkaard, achterin de zaal, die mij met gestrekte vinger tegenbood. Het was een anonieme schriftelijke bieder, die mij vorige week bijna verbood om in Leiden de paginagrote opdracht van Jan Hanlo aan Rudy te verwerven. Maar het is dan toch gelukt. De kramp in mijn vinger ben ik alweer vergeten.

En toen waren niet alleen twee interessante opdrachtexemplaren van Hanlo en een doorsnee opdrachtexemplaar van Schierbeek mijn nieuwe eigendom, maar ook ’14 others by Hanlo, Claus, Vinkenoog’. Die anderen, dat zijn doorgaans boeken die men gebruikt om een lamme tafelpoot te ondersteunen. Ongeschreven wetten schrijven veilinghouders voor dat zij een kavel met enkele waardevolle boeken verder opvullen met achterhaalde naslagwerken en zoveelste drukken. Een meter boeken, dat lijkt tenminste nog ergens naar.

R.L.K. Fokkema, Het komplot der Vijftigers (1979); Simon Vinkenoog, Uit de doeken [1960] en Leven en dood van Marcel Polak (1987); Jan Hanlo, Go to the mosk (1971). Het zijn boeken die ik al in de kast heb staan (of niet per se in de kast wil hebben staan). Ze gaan naar het goede doel.

Maar enkele van ‘de anderen’ uit de bibliotheek van Kousbroek kan ik niet ongezien afstoten. In Het hek van de dam (1971) maakte Rudy Kousbroek een ezelsoor in pagina 209: daar haalt Vinkenoog herinneringen op aan hun gemeenschappelijke tijd in Parijs. Op de rug van een losse aflevering van Podium schreef Kousbroek met pen de titel van de bijdrage van Gerard-Kornelis van het Reve: ‘Eric[k] verklaart de vogeltekenen’. In de debuutbundel van Paul Rodenko isoleerde Kousbroek met potlood allerlei strofen. (‘Meneer, is dat nou iets waard, een potloodstreep van Kousbroek?’)

Ik wil deze boeken ter beschikking stellen van een intelligent persoon, die er een essay van 2500 woorden over schrijft en er volgend jaar glansrijk met de Jan Hanlo Essayprijs Klein vandoor gaat.

Kleuren

De mooiste catalogi komen uit het buitenland. Afgelopen week verscheen Short List 5 van de Engelse antiquaar Simon Beattie. Zijn catalogus is een kleurrijke krant, modern en fris vormgegeven, met schitterende foto’s. De 25 items zijn eigenzinnig beschreven: het zijn geen klassieke catalogusriedels, maar korte, toegankelijke verhaaltjes met een prikkelende kop, gevolgd door een technische beschrijving. Ik ken geen andere catalogus waar de toelichting voorafgaat aan de boekbeschrijving. Ik ben gewend om in een noot te lezen wat het belang of het bijzondere van een item is. Not the other way round.

Het werkt verfrissend. Een zakelijke beschrijving van een boek nodigt niet uit tot lezen, laat staan kopen. Toen ik, bijvoorbeeld, het meeslepende verhaal van item 09 had gelezen, was ik zo gekieteld dat ik wel tot aanschaf wilde overgaan. En ik verzamel niet eens geologie.

Rapport sur les mines de houille de l’Angleterre (1844), een zeldzame studie van de koolmijnen in Sheffield, Newcastle, Liverpool, Manchester, Birmingham en Bristol, bevat een reusachtige, uitvouwbare kaart. Deze geologische kaart is met de hand gekleurd. Het boek is – uitzonderlijk, onverklaarbaar – ook op verschillende kleuren papier gedrukt. Beattie: ‘each gathering, and each plate, is printed on a different coloured paper: variously pink, green, peach, blue, or – occasionally – white’.

Gekleurde bladen. In de Nederlandse literatuur is een mooi voorbeeld van een op verschillende kleuren papier gedrukte roman te vinden. De tweede druk van Het jaar van de kreeft (1973), en dan enkel het in linnen gebonden deel van de oplage, is ‘grosso modo’ uitgevoerd overeenkomstig het manuscript dat Hugo Claus bij de uitgever inleverde. De katernen zijn achtereenvolgens roze, groen, geel, blauw en – voor de gelegenheid maar – wit.

Het rapport, de roman: boeken die ik, op de plank, liever met de buik dan met rug naar voren zet.

De expert

Dan zijn er mensen die roepen: Gert Jan, wat ga je met al dat geld doen? En dat wordt dan op een dramatische manier gebracht. Dan zeg ik: nou, dat stop ik in mijn verzameling. Want ik verzamel natuurlijk gewoon door: Henry van de Velde, kunstenaarsboeken, enzovoorts.

Eind jaren zestig ontmoette Gert Jan Hemmink hem voor het eerst in zijn witte hoeve, waar ‘het geluk compleet was’. Nu, na 49 jaar ‘met liefde en passie’ verzameld te hebben, doet Hemmink afstand van zijn schaduwcollectie Hugo Claus. Voor de hoogste bieder. Alleen de kenners weten dat hij de mooiste stukken zelf houdt. Topstuk van de veiling is Claus’ schilderij De expert uit 1950 met een richtprijs van 17.500-25.000 euro. Jeroen van Kan in gesprek met Gert Jan Hemmink in VPRO’s De avonden (doorspoelen naar 1:40:30).

Vanavond praat schrijversweduwe Veerle Claus met Matthijs van Nieuwkerk over het nieuwe boek De wolken, uit de geheime laden van Hugo Claus. Het is maar de vraag of de aanstaande Clausveiling aan de orde komt. Tussen Veerle Claus en Gert Jan Hemmink boterde het niet. In het radio-interview noemt Hemmink de eerste echtgenote van Claus, Elly Overzier, met nadruk ‘zijn eerste en enige muze’.

7cfc7-hemminkenclaus

A.L. Snijders: ‘De hersenen hebben al die voegwoorden helemaal niet nodig’

In de nieuwe Tzum staat een mooi interview met A.L. Snijders, onder bovenstaande titel. Voorts: een krachtig Schetsboek van Anneke Claus, vervreemdende poëzie van Arjen Nolles, Roos Custers leunend op Pessoa, een onderkoeld verhaal van Bart Temme, een interview met een grieperige A.F.Th. van der Heijden, twee Portugese gedichten van de Vlaamse debutant Rebekka Groenendael. En vijf pagina’s Artistiek Bureau.

Blunders, geneuzel, doorhalingen

Wie € 2400 wat veel vindt voor een vroeg doch (inmiddels) gepubliceerd gedicht van Hugo Claus, kan voor aanzienlijk minder geld een aanzienlijk groter manuscript aankopen. 3fm veilt op eBay het originele manuscript van Kluuns Er komt een vrouw bij de dokter (2003). De stand is nu € 1020.

‘Een pak papier van enkele honderden kantjes, vol beginnersflauwekul, blunders, geneuzel, doorhalingen, aantekeningen en andere schrijvelarij van Kluun en genadeloze op- en aanmerkingen van zijn redacteur. Voorbeeld: Het dodelijke ‘nou nou…’ in de kantlijn bij een iets te expliciete seksscène van de auteur. En exclusief: de spiritueel bedoelde zweefmolenfragmenten die wel in de Directors Cut stonden, maar het boek (gelukkig) niet hebben gehaald.’

Bij twijfel leze men het boek eerst: hier, hier en hier.

Dood is nu je slaap

Zelden zo’n belangrijk literair document zo knullig beschreven gezien. Kan een unicum überhaupt zeldzaam worden genoemd?

Tweede Kerstdag veilt Veilinghuis De Wit NV te Oostende het allereerste gedicht van Hugo Claus. De dichter in de dop schreef het op een eenvoudig schriftblaadje naar aanleiding van een mijnramp. Hij droeg het op aan Mirjam Soetaert, die in deze reportage benadrukt dat van liefde tussen de twee kids totaal geen sprake was. Saillant detail: onder de opdracht noteerde een 13-jarige Claus: ‘aan niemand toonen a.u.b.’

Nu Claus dood is, acht Soetaert de tijd rijp voor een verkoop: ‘Dan komt het in goede handen’. De laatste regels van het gedicht (hier in zijn geheel te lezen) luiden:

Je beminde ’t leven en verstaat de dood.
Dood is nu je slaap in de groote moederschoot.

Zie de parallellen met het echte debuut van Gerard Reve.