Schreeflozen

De Literaire Loodgieters: van de twintigste-eeuwse Nederlandse private presses misschien wel the most private. Op maandagavonden liet typograaf Ewald Spieker een groepje bevriende Amsterdammers, onder wie Carmiggeltfan Ruud Broens en meester-loodgieter Pierre Roth, kennismaken met lood en oud ijzer. De bedrukte vellen werden verdeeld onder de schrijver en de drukkers. Alles bleef ondergronds.

De Literaire Loodgieters drukten vaak vergeten teksten van bekende auteurs in vrolijke kleuren, zoals een gedicht van Simon Carmiggelt, in een oude bijlage van Het Parool gevonden. Ze maakten geen esthetische hoogstandjes in de vooroorlogse traditie, zoals in het begin van de jaren ’80 elders in Nederland het streven was. Bomans’ Brief aan Opland bestaat uit enkele losse bladen in een envelop. Beertje Bombazijn is een zuiver vierkant boekje. Cancelleresca Bastarda? Romanée? Ha! Arial, Gill, Helvetica. Schreeflozen althans, want de corpsen worden niet per se verantwoord in een precieus colofon.

Het drukwerk van De Literaire Loodgieters kwam zelden tot nooit in de handel. Alleen in de eenmanstijdschriften van de drie elkaar beconcurrerende Carmiggeltkringen dook weleens iets op. ‘Te ruil/ te koop gevraagd’. Vandaag kwamen 18 uitgaven in de verkoop.

De oplagen van Het Literaire Lood zijn zo klein dat de meeste verzamelaars en bibliotheekmedewerkers nog nooit een boekje in handen hebben gehad. De Literaire Loodgieters haalden wel Het ideale boek: een naamsvermelding achterin en de jaartallen 1980-1985.

Van Deyssel in een bordeel

Op 27 mei 1935, vandaag 73 jaar geleden, werden Lodewijk van Deyssel en Willem Kloos door de senaat van de Universiteit van Amsterdam bevorderd tot doctor honoris causa. De beroemde foto die u hieronder ziet is een originele afdruk, een jaar of dertig geleden gemaakt naar het origineel en gratis voor wie belangstelling toont.
Na afloop van de plechtigheid zou Van Deyssel hebben gezegd: ‘Thans, vrienden, gaan wij ons vertreden’, om vervolgens met P.C. Boutens en Tjebbo Franken in een bordeel te belanden.

Godfried Bomans schrijft hierover: ‘Hier [in het bordeel] ontwikkelde zich tussen Boutens, Thijm en Franken een dispuut over de invloed van Plato op het christelijk denken en zie, halverwege deze gedachtenwisseling traden drie geheel ontklede dames naar binnen, waardoor de bedoeling der lokaliteit de inzittenden op versante wijze duidelijk werd. Eén zette zich op de knie van Thijm en nam hem alvast de baret van het hoofd, die de zojuist gepromoveerde nog immer droeg. Wie nu denken mocht dat Thijm door deze ontwikkeling der gebeurtenissen overrompeld zou zijn, vergist zich. Hij hield vast aan de oorspronkelijk door hem vermoede bestemming van het vertrek, namelijk een ruimte waarin men verversingen bestelt en sprak, het gesprek een ogenblik onderbrekend maar daarna onmiddelijk weer hervattend: “Dank u, juffrouw, drie broodjes met ham.”‘

Harry Prick geloofde geen snars van dit verhaal. Geef hem eens ongelijk.