Katalysator

György Konrád droomde dat hij twee katten was. Die van Campert hield een dagboek bij. Baantjer had dertien katten. Die van Elsbeth Etty heette Roetje. Hermans beschreef de liefde tussen mens en kat. Van Hattum had ze liever met mannen. Thomas Rosenboom laat de zijne schaatsenrijden… Het is wat met schrijvers en katten. Er zijn boeken en kalenders mee te vullen. Anja Meulenbelt verzamelt plaatjes van katten en hun literaire baasjes. Ze heeft een, excusez le mot, poesiealbum vol!

Gerard den Brabander had deze hausse met leedwezen aangezien. Zijn poes stierf op 29 oktober 1936.

DOOD VAN EEN KAT

Een wiel; een wereld walste over hem heen;
hij voelde ’t lichaam in de aarde dringen;
een helsche pijn vlood, tusschen brekend been,
waanzinnig door der darmen slingeringen.

Toen week de druk: de kop lag half geplet;
de oogen puilden glazig naar de steenen;
het taaie leven zag zich vastgezet
in ’t dichtgeknepen lijf en deed het springen,
maar wist zich eindlijk door den hals te wringen
en door den kop, die bloedde en leek te weenen.

Uit: De litteraire Revue, jaargang 1, nummer 5 (mei 1937)

Naar de lommerd

‘De nieuwe bundels van Gerard den Brabander, die wij natuurlijk in café Eylders hadden leren kennen, verschenen bij De Bezige Bij. Zijn ontoereikende en steeds met kleine bedragen aangevulde voorschotten verdwenen in de niet te dempen put van het alcoholverbruik. Over zijn nooit kwaad bloed zettende manier om aan wat geld te komen deed het volgende verhaal de ronde: Op een middag voor de openingsavond van de Boekenweek zat een aantal vrienden met Gerard of liever gezegd Jan bij Eylders een glas te drinken. Ook Jan had een uitnodiging voor het boekenfeest ontvangen. Hij was niet van plan om te gaan omdat hij, zoals hij zei, geen smoking had. Eén van de vrienden bood hem geld aan om het kledingstuk te huren. Hij verdween en kwam enige tijd later met een smoking over zijn arm terug. ’s Avonds waren de vrienden verwonderd Jan niet te zien. De volgende dag bleek hij het kostuum dezelfde middag net voor sluitingstijd naar de lommerd te hebben gebracht.’

Wim Schouten vertelt over de dichter Gerard den Brabander (pseudoniem van Jan Gerardus Jofriet), die liever bier dronk dan in smoking naar het Boekenbal toog, op de dbnl.