Bezwaarschrift

In de eerste twee afleveringen van zijn feuilleton was Eric J. Schneyderberg buitengemeen kritisch over de werkwijze en de publicaties van Eva Rovers. Daaruit kon worden afgeleid dat de oprichter van de Actiegroep Stop De Biografie niets te maken wilde hebben met de officiële biograaf van Boudewijn Büch. Het tegendeel is waar, blijkt uit de derde aflevering van wat nu ‘Wisselgeld’ (mirror) heet.

Eerder had Schneyderberg uitgebreid contact gehad met Rovers over de vriendschap tussen Büch en Gerrit Komrij, beiden goede bekenden van de antiquaar. Onlangs heeft Schneyderberg delen van de tekst van Rovers’ biografie toegestuurd gekregen. Over de weerslag van wat hij Rovers had verteld over allerlei kwesties tussen Büch, Komrij en hemzelf was hij niet tevreden.

Sinds een week of wat circuleert op de burelen van de Actiegroep Stop de Biografie een serie ter goedkeuring ontvangen teksten. […] Zoveel onzin en zoveel geknoei, alleen al op déze vier blaadjes

Schneyderberg zegt nu de ‘bevredigende reactie’ van Eva Rovers op zijn bezwaarschrift af te wachten.

Zure opmerkingen

Aan zijn feuilleton ‘Gatenkaas met billenkoek’ – voorheen getiteld ‘Hoepeltjes springen bij groeizaam weer’, nu omgedoopt tot ‘De hoedjes van Rimbaud’ – heeft antiquaar en Büch-intimus Eric Schneyderberg een nieuwe aflevering (mirror) toegevoegd.

Ik wil een mysterie!
Waar is dat mysterie?
Het motief van de biograaf, dat is een mysterie!

In ‘Boudewijn Büch, Gerard Reve en een vreemd artikel’ uit hij kritiek op een stuk dat Eva Rovers in 2015 voor het Tijdschrift voor Biografie schreef. Schneyderberg verwijt haar een mysterie omtrent het beruchte Parool-interview van Büch met Reve te scheppen door niet van het haar ter beschikking gestelde materiaal gebruik te maken. Ook zou zij in haar artikel niet de werkelijke reden van de breuk tussen Büch en Reve hebben weergegeven.

Tegenover de ‘zure opmerkingen’ van een oude vriend staat het nieuws dat Eva Rovers’ dikke boek officieel is aangekondigd. De door Schneyderberg gevreesde biografie zal Boud. Het verzameld leven van Boudewijn Büch heten. Uitgeverij Prometheus brengt de eerste druk gebonden op de markt.

Mystificaties en falsificaties

In november 2016 verschijnt de biografie van Boudewijn Büch, waaraan Eva Rovers sinds september 2011 werkt. Daarvoor kreeg ze als eerste en enige toegang tot het volledige archief van Büch. Maar niet iedereen ziet reikhalzend uit naar het dikke boek over de dichter, televisiemaker en columnist.

Waarom moet, door middel van boeken, kranten, tijdschriften, radio, televisie, internet, etcetera de hele Nederlandse bevolking geconfronteerd worden met privézaken die zich pakweg dertig jaar geleden afspeelden tussen Boudewijn Büch en een stuk of twintig “vrienden”?

schrijft Eric Schneyderberg in de eerste aflevering van een, naar eigen zeggen, ‘vermakelijk feuilleton’. Zijn zojuist begonnen reeks heet ‘Hoepeltjes springen bij groeizaam weer’ (mirror) en is een initiatief van de Actiegroep Stop De Biografie, bijgestaan door de Stichting Laat Die Jongen Toch Met Rust.

Zou het niet beter zijn als deze mensen een eigen club zouden oprichten? De BOUDEWIJN BÜCH BEDROGEN VRIENDEN CLUB? In dat geval kunnen ze in hun clubblad – oplage twintig exemplaren, enkele stuks Hors Commerce toegestaan – hun ervaringen en herinneringen delen, elkaar de loef afsteken en wat al niet.

Schneyderbergs idee stamt uit 2004, maar in de aanloop naar de verschijning van Rovers’ biografie schiet de gedachte steeds vaker door het hoofd van de antiquaar. In een aan zijn oorspronkelijke stuk toegevoegde inleiding vermoedt Schneyderberg dat hij met zijn herhaalde oproep weinig vrienden zal maken. Hij stelt zijn ‘intimi’ nog zeven afleveringen in het vooruitzicht.

Over de vermeende pseudologia phantastica van Boudewijn Büch is al veel gezegd en geschreven. In 2004 liet Rudie Kagie in een biografische schets van Büch verschillende (voormalige) vrienden en geliefden aan het woord over het gefantaseerde leven van de schrijver. Een jaar later verscheen Een andere Boudewijn Büch van Harry G.M. Prick, die in 1984 zijn Wahlverwandtschaft met Büch abrupt in rook zag opgaan. Prick blikte in zijn boek terug op een intense vriendschap, maar stond ook stil bij Büchs ‘mystificerende trekken’.

Eric Schneyderberg was jarenlang Büchs hoofdleverancier van boeken, prenten en langspeelplaten. Hij werkte vanaf 1989 bij de antiquarische afdeling van De Slegte, stelde vier aan Büch gewijde verkoopcatalogi samen en verzorgde ook enkele luxe-edities van werk van Büch. Ze hielden wel van een geintje, Schneyderberg en Büch. Aan Kagie vertelde Schneyderberg dat ze bij het samenstellen van Büchs Verzamelde gedichten in 1995 ‘een paar literaire geschiedvervalsingen’ in de bundel hadden verstopt, waar zelfs redacteur Ernst Braches nooit van op de hoogte is gebracht.

Nee, ik ga niet zeggen waar die falsificaties uit bestaan. Laat anderen dat maar proberen te achterhalen.

Uit de te verschijnen Büch-biografie zal blijken of Eva Rovers die handschoen heeft opgepakt.

Omzwervingen

Wanneer Cees Nooteboom in de jaren ’80 een nieuw boek publiceerde, dan stond de schrijver altijd een exemplaar af aan zijn vriend en fondscollega Boudewijn Büch. In Aas (1982), een bundel met veel filosofische gedichten over reizen en verre landen, schreef Nooteboom voorin deze regels, die een verschil in levenshouding benadrukken:

voor Boudewijn Büch
die niet van reizen
houdt,
van Cees Nooteboom
die veel moet reizen.
Cees N.
Asd. 11-10-82

De schrijver die tijdens zijn korte leven miljoenen Air Miles bij elkaar vloog en dertien televisieseizoenen vulde met reisprogramma’s, wilde niet altijd al naar het einde van de wereld. In het artikel ‘Tussen eerste druk en edelkitsch’ in De Boekenwereld 30/1 roept Eva Rovers in herinnering dat Büch begon als boekenkastreiziger: tijdens het schrijven van zijn eerste reisboek Eilanden (1981) had hij Nederland niet eens verlaten. Pas in 1982 maakte hij zijn eerste grote reis, samen met radiomaker Paul Aalbers, naar Nieuw-Zeeland, Tahiti, Fiji en Skiros. Pas toen begon Büch van reizen te houden.

In 1991 was zijn weerzin tegen ‘het literaire wereldje’ te groot geworden: Büch verkocht, via zijn vaste leverancier Eric J. Schneyderberg, zijn complete collectie Nederlandse literatuur. Daar waren talloze boeken bij die hij, getuige de vriendschappelijke opdrachten, van collega’s had ontvangen. Hij deed ook zijn Nooteboomen weg – de meeste, niet alle. Vier van deze bijzondere opdrachtexemplaren zijn, na omzwervingen, in mijn boekenkast aanbeland.

Toen Boudewijn Büch op 23 november 2002 overleed, bevond zich in zijn enorme bibliotheek een ongelezen exemplaar van de eerste druk van de Deense vertaling van Nootebooms bekendste roman. Drie weken voor zijn dood had Büch, vaste gast in de talkshow Barend en Van Dorp, het boek Ritualer (1987) nog voor de camera’s omhoog gehouden. Omdat de naam van de schrijver op het omslag consequent verkeerd was gespeld (‘Cess Noteboom’), zou deze druk nooit in de handel zijn gebracht, aldus Büch. Maar hij kreeg een auteursexemplaar cadeau met de opdracht:

voor Bodivan Bucc,
van Cess Noteboom,
Amsterdam,
28-10-87

Het was niet voor het eerst dat Nooteboom zijn naam verhaspeld had zien worden. Begin 1987 was hij een paar maanden Visiting Professor aan Berkeley, waar hij met studenten zijn werk besprak en hen onderwees over Nederlandse koloniale literatuur. Op een van zijn wekelijkse spreekuren, te midden van kasten vol – God betere – ‘Gotische Schillers en Goethes’, werd hij door ‘een getourmenteerde schrijver’ aangesproken met ‘Are you Professor Noetbaum?’

Noetbaum. Nussbaum. Noetboem. Noodebawm. Noddebom. Nobody. Ik tors die naam met me mee als een schat.

vervolgt Nooteboom in het reisverhaal ‘De tweede auto’, opgenomen in de bundel De wereld een reiziger (1989). Ook hiervan kreeg Büch een eerste druk met een inscriptie, die nu een Wahlverwandtschaft behelst:

voor Boudewijn
zelf eeuwige pelgrim
Cees,
Amsterdam
1 juni ’89

Een weinig, maar wel goed

De uitgaven van De Literaire Loodgieters zijn zeldzaam – gemaakt, niet geworden. Een boekje in een oplage van 4 exemplaren is bij verschijnen al bijkans ongrijpbaar. Pierre Roth, bij wie de drukpers van De Literaire Loodgieters in huis stond, zegt hierover in een interview in Het Parool (3 juli 1982):

De oplagen zijn zelden groter dan tien of twintig, tot vertwijfeling van een aantal bibliofielen, hoop ik. […] Wat soms wel erg leuk is, is te bedenken dat sommige mensen niet aan mijn boekjes kunnen komen.

Toch hebben verscheidene antiquaren in de afgelopen dertig jaar de hand weten te leggen op uitgaven van De Literaire Loodgieters. Vandaag ging er weer een aantal in de verkoop.

Drukwerk van het Amsterdamse driemanschap duikt voor het eerst op in catalogus 205 van antiquariaat Schuhmacher, in de lente van 1982 geheel gewijd aan W.F. Hermans. Nog geen half jaar na het door De Literaire Loodgieters uitgeven van Sita van de Wissels Beertje Bombazijn (1981) is een exemplaar voor duizend gulden bij de antiquaar te verkrijgen. Dat Sita van de Wissel en Lionel Prent pseudoniemen zijn van Hermans en Ewald Spieker is hier al bekend.

In september 1985 opent Willem Huijers papieren verkooplijst met liefst 41 items van De Literaire Loodgieters, waaronder alle verjaardagsuitgaven. De veelal ‘HS’ bestempelde of ‘nietig’ verklaarde exemplaren zijn vrij beknopt beschreven. Huijers toelichting bij De Literaire Loodgieters is veelzeggender:

Geuzennaam, voor een paar – mij sympathieke – mensen, die drukken wat hun bekoort. En dit zetten met de hand.
Een niet-commerciële pers, die vrij onbekend is. Hetgeen zeker te maken zal hebben met de oplagen.

De meeste prijzen liggen onder de honderd gulden. Uitschieter in Huijers catalogus is Per boot van Venetië naar Padua (1983) van Gerrit Komrij en Jaap Drupsteen: f 1975,-

In de De Slegte-catalogus 15 jaar nederlandse bibliofilie. De verzameling David J. Simaleavich neemt Eric J. Schneyderberg eind 1989 werk op van dertien belangrijke Nederlandse bibliofiele uitgeverijen, voor het overgrote deel afkomstig uit de collectie van de befaamde boekbinder.

In de inleiding wordt al gewaarschuwd voor de zeer beknopte beschrijving, die ‘noch volledig noch consequent’ is. Deze opstandigheid zit ook in de ondertitels van de op uitgeverij gesorteerde afdelingen. Bij Sub Signo Libelli is de keuze ‘in chronologische volgorde’ en bij De Regulierenpers ‘in willekeurige volgorde’, terwijl In de Bonnefant ‘in onlogische volgorde’ wordt gepresenteerd. Bij De Lange Afstand heeft Schneyderberg een grens getrokken:

Een keuze, waarbij afgezien is van beschrijving van werken verpakt in zakken zaagsel of gedrukt op ballpoints en van boeken met een oppervlakte van meer dan een halve vierkante meter.

Van De Literaire Loodgieters zijn drie uitgaven opgenomen: ‘een weinig, maar wel goed’. Ten opzichte van Huijers lijst zijn de prijzen bijna verdubbeld.

In de volgende twee decennia komt er maar sporadisch een uitgave langs. André Swertz heeft in 1990 een Beertje Bombazijn met een Parijse opdracht van Hermans à f 1300,- Antiquariaat AioloZ neemt in maart 2003 Sal Santens gesigneerde “Brief-fragmenten” (1981) mee naar de antiquarenbeurs in de RAI, waar niemand er de gevraagde 125 euro voor gaf – het luxe-exemplaar stond er een jaar later weer.

Pas in oktober 2008, wanneer de Hermans-collectie van Arie Oexman door Fokas Holthuis onder de loep wordt genomen, zijn er weer uitgaven van De Literaire Loodgieters verkrijgbaar. Beertje BombazijnSuid-Afrika (1983) en Willem Frederik Hermans’ schrijfmachineverzameling (1980) hebben stuk voor stuk een opdracht aan Ruud Broens, een van De Literaire Loodgieters. Voor de verjaardagsuitgave Suid-Afrika, het enige niet-nietige exemplaar ter wereld, wordt vijfduizend euro gevraagd. Misschien niet weinig, maar wel heel erg goed.