Escobars dummy

In de eerste twee seizoenen van de Netflix-serie Narcos, over de opkomst en ondergang van drugsbaron Pablo Escobar, speelt het boek hoegenaamd geen rol. Alleen Gustavo de Greiff, de procureur-generaal van Colombia, laat in een enkele aflevering zijn goed gevulde, antieke boekenkasten zien, zodat de kijker zich realiseert dat hij hier met een intellectueel te maken heeft.

Eenmaal slechts overstijgt het boek de functie van dode rekwisiet. Wanneer Escobar op 19 juni 1991 zijn intrek neemt in de door hemzelf gebouwde, idioot luxe privé-gevangenis La Catedral, neemt hij een boek mee. Het is een foliant van zwart leder, met op het voorplat, in goud uiteraard, de beeltenis van Escobar en diens naam in kapitalen.

Het glimmende boek blijkt een dummy te zijn: in de negende aflevering van Narcos vult de drugsbaron het boek met herinneringen. Foto’s uit zijn jeugd, krantenknipsels, zelfs zijn vroegste mug shot belandt in het boek. Escobar is druk in de weer met een tube bloedroodgekleurde lijm. Op de eerste lege bladzijde plakt hij een foto in van zichzelf met zijn geliefde ‘Tata’. Dat inplakken doet Escobar uiterst zorgvuldig. Hij strijkt elk knipsel vanuit het midden naar de randen toe glad, zodat er geen bobbels of vouwen kunnen ontstaan. Met een fineliner zet hij er bijschriften bij.

Als het Colombiaanse leger een jaar later La Catedral bestormt, weet Escobar wonderwel uit zijn vijfsterrennor te ontsnappen. Pas nadat het leger de gevangenis heeft schoongeveegd, kunnen DEA-agenten Murphy en Peña kijkje nemen. De hoofdpersonen van Narcos wandelen Escobars kantoor in La Catedral binnen. Daar vinden ze opnameapparatuur, pornoblaadjes en de zwarte pil met Pablo’s gouden kop voorop. Peña houdt het boek omhoog en zegt tegen zijn collega:

This and Mein Kampf. Two classics of 20th century literature.

Het sjieke plakboek van Escobar is geen vondst van de scenarioschrijver. Ten tijde van zijn gesloten verblijf is de drugsbaron daadwerkelijk met een boek bezig geweest. Maar aan de werkelijkheid is, zoals wel vaker bij Netflix-producties, ‘for dramatic purposes‘ een draai gegeven.

In 1992 gaf Escobar, vermoedelijk in een oplage van enkele honderden stuks, in eigen beheer Pablo Escobar Gaviria en Caricaturas 1983-1991 uit. Op de band van stug donkerbruin kalfsleer staat Escobars handtekening in 18-karaats goud, naast een duimafdruk. Het binnenwerk bevat foto’s van de familie Escobar, evenals een reeks spotprenten van Pablo en documenten in facsimile. Op 2 juni 1992 was het drukwerk gereed, meldt het colofon – alsof het een incunabel betreft. Voor incunabelprijzen wordt het megalomane boek nu en dan aangeboden. James Cummins, een betrouwbaar adres voor bijzonderheden, kan momenteel een exemplaar leveren voor negenenhalfduizend dollar.

Cocaïne

Een van de vele talenten van Boudewijn Büch was het achtereenvolgens opduiken en in de schijnwerpers zetten van obscure uitgaven. Coen Hissinks prozabundel Cocaïne. Berlijnsch Zedenbeeld (1928) lag decennialang te verstoffen, totdat Büch op 22 augustus 1981, in het paginagrote stuk ‘Hoe goddelijk is cocaïne?’ in NRC Handelsblad, laat weten Hissinks ‘triviale maar interessante roman’ te hebben gelezen. Een jaar later, in Het Parool van 29 augustus 1982, maakt Büch in een boekbespreking weer terloops melding van Hissinks ‘eendagsvlieg’.

Uitgebreider behandelt Büch Cocaïne in zijn artikel ‘Cocaïne in de literatuur’, in De Tijd van 16 november 1984. Daarin geeft hij toe dat hij niet veel over de schrijver van het boek te weten is gekomen, maar hij sluit niet uit dat de in de Kampen geboren toneelspeler en filmacteur Coen Hissink samen met de dichter Paul van Ostaijen in Berlijn een lijntje heeft gelegd. Over de zeldzaamheid van Cocaïne schrijft Büch ondubbelzinnig:

Ik ken slechts twee exemplaren van dit boek. […] De oplage kan niet hoog zijn geweest en dat het boek recent zo weinig wordt aangetroffen, moet eerder worden geweten aan de treinlectuurlijkheid ervan.

Büchs herhaaldelijke herontdekking van Hissinks proza had hype noch herdruk tot gevolg. Het exemplaar van Cocaïne uit de Bibliotheca Didina et Pinguina – in matige staat, maar van een opdracht voorzien – bleef tijdens de tweede Büch-veiling op 31 mei 2005 op de planken staan. Verkocht werd wel een kavel Büch-dummy’s, waaronder die van de nooit verschenen boeken Onder invloed geschreven. Roes en verslaving bij Bilderdijk, Multatuli […] en anderen en Cocaïne.

In de tweede helft van 1928 waagden zes dag- en weekbladen zich aan een bespreking van Cocaïne. De ontvangst was overwegend positief: De Telegraaf vond het een ‘gelukkig debuut’, De Sumatra Post drukte bijvoeglijke naamwoorden als ‘gevoelig’ en ‘navrant’ af, en De Groene Amsterdammer roemde het ‘knappe, soliede werk’. Alleen de Nieuwe Rotterdamsche Courant was niet onder de indruk: recensent Jan Campert had het over ‘ver-ouderd realisme’ en citeerde in zijn signalement Hissinks ‘onbeduidende, niets zeggende zinnetjes’.

De waarde van dit boek is zuiver literair-historisch: het is een van de eerste werken in de Nederlandse literatuur waarin cocaïnegebruik zo gedetailleerd wordt beschreven. De beroemde filmactrice, in het eerste deel van het boek, blijft alleen op de been als zij af en toe ‘een poeiertje’ neemt. Zij is al over het toppunt van haar roem heen. De filmproducenten hanteren haar als een marionet.

Ze zag ’t glas champagne vóór zich, ze ráákte den donkeren afgrond, de leegte,… en ze moèst: ze nam ’t glas, dronk ’t haastig leeg, als een noodlots-daad, wankelde overeind, en haastig in haar handtaschje vingerend nam ze een clandestien als ap’thekers-poeiertje gevouwen papiertje, opende ’t en snóóf…
Nog even ging ze zitten, instinctmatig de sigaret grijpend en aanstekend, diep inhaleerend, de oogen dicht, duizelend de omzwaai van haar bloedstroom dóór-lijdend en genietend: haar hoofd werd lichter, de loomheid gleed van haar leden af, haar oogen openden zich en begonnen vreemd te glanzen. Alles wat ze zooeven nog in pijnigend moreel gewroet vagelijk overdacht had, was weg, verzwonden, vergeven, en vergeten.

Twee recensenten stipten indertijd aan wat het boek nu nog zo bijzonder maakt. De Groene had het afkeurend over ‘de branderige, zwoele zinnelijkheid van hen die anders zijn dan anderen in het walgelijke Berlijn van thans’ en De Sumatra Post noemde de ‘Schwüle Diele’, ‘een gelegenheid voor “anders als die Andern”‘. Dat was duidelijke taal: Anders als die Andern (1919) is de eerste film met een homoseksueel in de hoofdrol. De hoofdpersoon van Cocaïne duikt een homo-club in, gebruikt het witte poeder op de wc, ziet een travestiet op de dansvloer, ontmoet handtastelijke mannelijke en vrouwelijke prostituees. Hissink beschrijft het filmisch en meeslepend: een geïllustreerde reisgids had anno 1928 niet beter reclame kunnen maken voor de Duitse hoofdstad.

Het internet heeft het boek minder zeldzaam gemaakt. Eens in de drie jaar duikt er wel een exemplaar van Cocaïne op; in zeker zes particuliere collecties is het te vinden. Hissinks eigen exemplaar van Cocaïne is, sinds 2011, in mijn bezit. Het is afkomstig van een dochter van Hissinks zus, waar de acteur vaak kwam logeren. Het nichtje had goede herinneringen aan oom Coen. Tot haar dood heeft ze het boek bewaard, waarin de auteur met potlood drie zetfouten verbeterde en op de voorgedrukte exlibris-pagina schreef:

Coen Hissink
Vreeland
Huize “Jagtlust”

Hissinks ingenaaide exemplaar lag zodanig uit elkaar, dat ik in 2013 besloot Binderij Phoenix opdracht te geven een nieuwe band te vervaardigen. Philipp Janssen koos voor ‘aufgesetzte Deckeln’: een rug van donkerrood leder, platten van perkament, de cassette bekleed met leer en wit Japans papier. De titel van het boek staat op de rug, maar is ook vervat in de kleur van de platten en de subtiele lijnen in de cassettebekleding.

Een tweet over de boekband trok de aandacht van H.M. van den Brink. Hij nam onlangs het initiatief tot de herdruk van het titelverhaal ‘Cocaïne’ uit Cocaïne; de twee overige verhalen, ‘Overwinning’ en ‘De hongerende kunstenaar en het nieuwe licht’, werden niet herdrukt. Cocaïne verscheen op 30 augustus jongstleden als eerste boekje in de reeks Gids Cahiers in een oplage van 200 exemplaren. De herdruk bevat schitterende stills uit zwart-wit klassiekers als Berlin. Die Sinfonie der Großstadt (1927) en Alexandra (1922). In de laatste film speelde Hissink de rol van fakir Hamul Afid.

De naar de huidige spelling overgezette tekst van ‘Cocaïne’ wordt gevolgd door een informatief nawoord van Van den Brink, waar Boudewijn Büch veel van had opgestoken. Van den Brink beschrijft het leven van Coen Hissink, vanaf zijn debuut in 1903 op de Utrechtse kermis, tot zijn dood in 1942 in de tyfusbarak in Neuengamme.

Op niets gebaseerd optimisme

We waren het bijna vergeten, maar een paar weken geleden kwam de briefwisseling Gust Gils-W.F. Hermans onder de hamer. Alle kranten pakten uit met dit nieuws. Wat die brieven opbrachten? Niks. De boel bleef onverkocht. Retour inbrenger.

Terwijl de beschrijvingen in de catalogus zo hoopvol stemden. Ik las er bijvoorbeeld kleine nieuwtjes over het drugsgebruik van Hermans. Drinamyl bevalt Hermans beter dan dexedrine: ‘minder onrustig makend en toch aanleiding gevend tot op niets gebaseerd optimisme, verzoening met deze wereld, waarin geen verzoening bestaat, alleen nederlagen.’ Elders informeert Hermans, die een essay over drugs in de pen had zitten, bij Gils of je in Antwerpen makkelijk aan marihuanasigaretten kunt komen. Meer interessants uit de catalogus:

‘Daarbij komt dat ik over al die preparaten niet zo geestdriftig ben als Huxley, Vinkenoog enz. Neem je dexedrine voel je je een paar uur prettig, maar ik slaap er twee nachten niet van. Dus: luminal nemen. Daarop weer een dag slaperig en landerig. Enz. enz. Ook marihuana is voor mijn geen “delightgiver” (Vinkenoog)’. Door de drugs nam Hermans zichzelf op een bepaald moment dubbel waar: toen wist hij wat schizofrenie betekende. Gevolgd door een passage waarin hij zijn angst uitdrukt telefonisch afgeluisterd te worden door de politie of dat de politie brieven zou openmaken.’

De bekentenissen van Hermans bleven echter alle keurig op de plank liggen. In het persbericht dat na afloop naar buiten kwam werden alle successen van deze veiling opgesomd. Geen woord over Hermans of Gils.