Kramp

A. Roland Holst moest in 1960 op één dag honderdvijfenzeventig keer zijn handtekening zetten. Arme bejaarde prins der dichters. Bert Bakker wilde de gehele oplage van Het experiment genummerd en gesigneerd verspreiden. Dan kun je nog zo vol goede moed beginnen – op een gegeven moment slaat de verveling toe, kramp kruipt in de wijsvinger, ringvinger slaat wit uit. Hoge nummers uit de oplage van dit boek hebben een vermoeider handtekening dan lage nummers. De handtekening reflecteert het gemoed van de dichter.

Jeroen Brouwers, wiens schrijfvermogen de laatste jaren ernstig is afgenomen, werd in 2005 gevraagd om het colofon van de bibliofiele uitgave Warme herfst te signeren. Maal tweehonderd. In de vorige week verschenen catalogus Jeroen Brouwers – en wat voor een catalogus, als ik mezelf mag feliciteren – werden twee exemplaren van Warme herfst aangeboden. Meester-verzamelaar Arie Oexman – altijd op zoek naar iets anders, iets geks, iets unieks – wilde per se het allerlaatste exemplaar aan zijn collectie toevoegen. Dat heeft namelijk een schitterend uitgelopen handtekening. Een signatuur van uitputting. Brouwers was het zat.

Vorig jaar april kon Brouwers na de presentatie van Bittere bloemen in De Zondvloed niet signeren. Het zoontje van de boekhandelaar zette een stempel van de handtekening.

Ward Wijndelts van NRC Boeken neemt zich nu voor de metamorfose van de handtekening van Tom Lanoye vast te leggen. Met hulp van de honderdduizenden mensen die hun Boekenweekgeschenk gesigneerd willen zien. Stuur je schutbladfoto’s naar de journalist. De uitkomst staat natuurlijk vast.

Omhoog en omlaag

Voor het eerst in jaren schreeuwt geen journalist of CPNB’er van de daken dat de oplage van het Boekenweekgeschenk ook dit jaar weer historische proporties heeft aangenomen. Tim Krabbé lukte het vorig jaar nog om van zijn boekje 8000 stuks meer te laten drukken dan van Bernlefs cadeautje in 2008. Dit jaar is de oplage niet gestegen, niet gelijkgebleven, maar gedaald. De stapels Duel op de toonbank zijn lager dan verwacht. Het exacte aantal is 10.000 exemplaren, om precies te zijn (968.000958.000). Heeft de CPNB haar tax bereikt? Is dit dan het maximale aantal Boekenweekgeschenken dat een volk kan hebben, eer het in opstand komt? Van dat onwerkelijke aantal staat een deel alweer op marktplaats. Waarom toch?

Schrijversjeugdtrauma’s

Tonko Dop was er weer bij. De NOVA-verslaggever trok bezoekers van het Boekenbal dit jaar van de rode loper met een actuele vraag. ‘Wat is uw jeugdtrauma?’ Artistiek Bureau vat de reportage samen.

Jean Pierre Rawie zei ‘jong zijn zelf’, wat in Oost-Groningen geen pretje was. Driek van Wissen heeft daarentegen een zeer gelukkige jeugd gehad. Thomas Rosenboom (met baard) schudde zijn hoofd: ‘goh’. Schrijver Erwin Olaf werd door jongens in de brandnetels geduwd, omdat hij ‘meisjesachtig’ was. Harry Mulisch heeft nog nooit trauma’s gehad. Joost Zwagerman was gedurende zijn jonge jaren een ‘displaced person’. Arthur Japin heeft vele trauma’s, maar hij koestert ze: ‘het is natuurlijk een schatkist voor een schrijver’. Margriet de Moor had alleen maar last van de ‘bulderende wind tegen de zolder waar ik met mijn zusje sliep’.

Jan Siebelink had een grote pleister op zijn neus. Niet door een knokpartijtje, maar omdat er in zijn lichaam een titanenstrijd woedt tegen een bacil.

Intussen stelt nu.nl netsurfers dezelfde vraag die het CPNB aan 75 prominente schrijvers stelde. ‘Wat zou jij tegen jouw jonge ik willen vertellen? Hoe zagen je dromen, je wensen, je verwachtingen eruit? Welke wijsheid heb je opgedaan die je wel met je piepjonge zelf zou willen delen?’

Discussie over verzamelen

Een kleine discussie op het weblog van sneuper over het verzamelen van boekenweekgeschenken. Boekenblogger sneuper (wiens identiteit nog geheimer is dan die van De directeur) geeft de antiquaren Hans Engberts en René Hesselink (Hinderickx & Winderickx) en veilingmeester Piet van Winden (AABP Auctions) een veeg uit de pan, omdat zij zich negatief hebben uitgelaten over boekenweekgeschenken en boekenweekverzamelaars. En laat sneuper nu juist een toegewijd verzamelaar zijn van de stokpaardjes van de CPNB.

‘Wie een rijtje boekenweekgeschenken heeft, loopt volgens mij grote kans gegrepen te worden door het verzamelen en de drang naar volledigheid, met als gevolg een groeiende bibliotheek en voor je het weet staat de boekenweekverzamelaar zijn vakantiegeld te besteden in de winkel van H&W of op de veiling van Aioloz. En gelet op de klaagzangen in het Winkeldagboek is dat het hoogste doel – zoveel mogelijk geld uit de zak van de verzamelaar kloppen.’

De reaguurders zijn het tot op heden met sneuper eens. Ene Frits concludeert dat de uitbaters van Hinderickx & Winderickx ‘bijzonder onaangename zelfingenomen kleinburgers’ zijn. ‘Ik zou daar niet graag komen.’

De directeur kiest in dezen geen partij. Het is te makkelijk om boekenweekgeschenken te vergelijken met dakpannen en broodkruimels, omdat het verzamelen van gebakken klei en gebakken meel net zo uitdagend en kostbaar is.

De ratten van Martin Hart

‘In India the rat is the mount of Ganesha, the beloved god with the elephant’s head. In our culture, the rat will never replace the ass as so exalted an animal. However, there is nothing to stop us from revising our general opinion of it. As long, moreover, as we continue our shameless exploitation and destruction of nature, we have no right to point a finger at other creatures.’

Aldus concludeert Martin Hart in zijn boek Rats (1982), dat volgens de flaptekst ‘affectionate’, ‘excitingly informative’ en ‘full of surprises’ is. Weinig verrassend is het feit dat het eerste hoofdstuk, ‘Animal or monster?’ niet meer is dan een persoonlijke geschiedenis in plat proza van de auteur en zijn ratten. Martin Hart loodst ons van de Jokweg in Maassluis, langs de universiteit in Leiden, naar het laboratorium in Rijswijk.

Het boek begint dus pas echt op pagina 27. Ik ben gestopt met lezen op pagina 26. Rats wordt hier een ‘fascinating and very readable book’ genoemd.

Het register van Rats – afgezien van de flaptekst ‘Martin Hart was born in Holland’ – verraadt dat we hier te maken hebben met een Nederlands auteur. Iemand met belangstelling voor literatuur: ‘Bordewijk, 19’, ‘Cremer, Jan, 142’, ‘Camus, Albert, 19, 138’. Op pagina 84 concludeert Hart met spijt dat Harry Mulisch in zijn Bericht aan de rattenkoning (1966) ‘many errors’ in de wereld heeft geholpen over rattenkoningen.

Als ook Johann Sebastiaan Bach opduikt in het naamregister, kan het niet anders of Maarten ’t Hart heeft dit geschreven.

Stand-in Tim Krabbé gezocht

Het tourneeschema van Boekenweekgeschenkauteur Tim Krabbé is bekend gemaakt. Van 11 tot en met 21 maart toert de schrijver door het land om zijn boeken te signeren en te bepraten. Totaal zo’n 25 optredens. Zo signeert hij vrijdag de dertiende bij de Meppeler boekhandel waar De directeur zijn eerste pockets kocht. Zaterdag 14 maart zal Krabbé ’s middags bij Selexyz Scholtens herhaaldelijk zijn handtekening zetten om ’s avonds door stadsdichter Anneke Claus in het Grand Theatre te worden geïnterviewd. Het zal moeilijk zijn om een originele vraag te stellen, want Krabbé heeft op al 226 vragen het antwoord klip en klaar gegeven.

Bepaalde streken laat de Boekenweekgeschenkauteur links liggen. De Achterhoek? Zuid-Limburg? Niet in het tourneeschema opgenomen. Genegeerd door het CPNB. Voor deze gevallen zoekt Artistiek Bureau een stand-in voor Tim Krabbé. In 1998 waren de stand-ins van Grunberg en Palmen een daverend succes. Sollicitaties onder ‘reacties’.

Signeeren

Vandaag gaat de Boekenweek weer voor een jaar de kast in. Heeft u de afgelopen Boekenweek bij één van onderstaande gelegenheden uw boeken laten signeren? Het antiquariaat waar ik werk betaalt u er goed voor!

T.e.a.b.

De Boekenweek gaat als een nachtkaars uit. Van de affiches van de CPNB zijn bij de meeste boekhandels alleen de plakbandresten nog zichtbaar op de ruiten. Op de advertentiesite marktplaats.nl wordt De pianoman van Bernlef 35 keer aangeboden. Alle exemplaren nieuw, ongelezen, perfect, nieuwstaat. Tegen elk aannemelijk bod.

Hoofdpijn van het Boekenbal

‘Ondanks een in het bad genoten Alka-Seltzer Breakfast had ik in de trein naar Utrecht nog hoofdpijn van het Boekenbal. Ik zat met mijn rug naar de rijrichting, maar toen mijn oudere collega, die tegenover me zat, mij zijn plaats aanbod – ‘Ik kan goed tegen achteruit rijden’ – werd het alleen maar erger.

‘Te veel op, gisteravond?”

A.F.Th. verwoordt de Boekenweekmoeheid in het verslag van zijn lange mars langs literaire café’s op de dbnl.

Een warenhuisideaal

‘Après tout is de boekenbrandstapel ook in niet geringe mate verwant aan onzen vorm van boekenmystiek, de ‘Boekenweek’, gedurende dewelke men iederen burger door plakkaten en bezweringen heeft willen dwingen zich elke maand een boek aan te schaffen. Welke vorm van gewetensdwang is het gevaarlijkst? ‘Sub specie aeternitatis’ bezien is het evenmin erg, dat men wat romans en biografieën van Wassermann en Ludwig opruimt, als dat men ze via een Boekenweek den argeloozen klant van de leesbibliotheek in de maag splitst. De hypocrisie der arische helden is pompeuzer en daarom meer in het oog loopend belachelijk, maar de hypocriete ‘eerbied voor den geest’ is zeker niet minder ridicuul; beide zijn symptomen van één en dezelfde mentaliteit, van een warenhuisideaal.’

Menno ter Braak trekt parallellen op de dbnl.

Geeft ’n boek

‘Verschrikkelijk zijn de kwellingen der cultureel geobsedeerden. Verleden week klaagde mijn goede bekende mij weer zijn nood over een vraagstuk, waarvan hij de sleutel maar niet kon vinden, n.l. dit: hoe kan die Lordzegelbewaarder Eden zijn zegel behoorlijk bewaren, als hij voortdurend op reis is? Neemt hij het mee op zijn reizen? Of heeft hij een plaatsvervanger, die het tijdelijk onder zijn hoofdkussen verbergt? Dat was verleden week; deze week is het weer iets anders; hij tobt er nu over, welke Nederlandse componist de muziek geschreven heeft bij het Nederlandse nationaal-hymnus Ik had een wapenbroeder, dat een vrouwenkoortje op de N.S.B.-landdag heeft gezongen; niemand kan hem daarover inlichten, zegt hij. Men zal mij toegeven, dat mijn goede bekende, dank zij de cultuur, tot een volkomen onmogelijk mens is geworden!


Maar gisteren werd het nog erger. Hij toonde mij een plaatje, dat hem in een boekwinkel was uitgereikt, met een lezende man en een lezende vrouw er op, en daaronder: Geeft ’n boek. Ieder normaal denkend mens zou daaruit hebben afgeleid, dat men deze week aan een nichtje of tante gewoon een roman van Antoon Coolen cadeau moet doen, maar niet aldus mijn geobsedeerde goede bekende.’

Menno ter Braak ontleedt één van de eerste Boekenweekslogans op de dbnl.

Het liefdesleven van Henriëtte Roland Holst

‘Boekenmarkt in de Haagse Bijenkorf.
Verkopers: Schrijvers en schrijfsters.

In het stalletje, waar o.m. het werk van onze grote dichteres Henriëtte Roland Holst-Van der Schalk werd verkocht, stond een gemanchesterde jongeman (door de drukte was ik niet in de gelegenheid ’s mans naam te onderkennen noch te constateren of hij tot het schrijversgilde behoorde).
Hij hield Het vuur brandde voort in de opgeheven hand en riep op marktverkopersmanier: “het liefdeleven van Henriëtte Roland Holst, het liefdeleven van Henriëtte Roland Holst! Koopt dit boek!”
En wijzend op een jong meisje dat in hetzelfde stalletje als verkoopster optrad: “En dit, dames en heren, is Henriëtte Roland Holst na een verjongingskuur”.’

(Dit berichtje stond in de Boekenweek van 1950 in het Haags Dagblad.)

Den zwierigen inzet van elk gedicht

Artistiek Bureau berichtte eerder over de ontmoeting tussen Menno ter Braak en Louis Lehmann. Zij spraken elkaar kort in het Haagse café Riche, na een gemeenschappelijk bezoek aan de Greshoff-tentoonstelling in de Bijenkorf in Den Haag. Adriaan Morriën was er ook.

De ‘Tentoonstelling van de werken van Jan Greshoff’ werd gehouden van 25 februari tot en met 4 maart 1939, en viel niet ontoevallig samen met de Boekenweek. Ed. Hoornik hield bij de opening op 24 februari in de lunchroom een lezing, die later in druk zou verschijnen onder de titel Jan Greshoff. Dichter en moralist. Aan de vele, letterkundige bezoekers werd dit foldertje uitgedeeld.

Foto’s van de tentoonstelling heb ik nooit gezien. Maar uit de lovende woorden van de verslaggever van Het Vaderland (Ter Braak?) blijkt dat elk snippertje Greshoff werd uitgelegd en toegelicht:

‘Dit is ook de eenige verklaring van den durf, waarmee hij zich steeds weer met iets nieuws inlaat: een nieuwe vriendschap, een nieuwe ontdekking of het schrijven van een nieuw boek, proza of gedichten. Men kan dit aflezen uit elk handschrift, dat men op de tentoonstelling aantreft: den zwierigen inzet van elk gedicht – graphologisch bedoelen wij nu – dat aan dit nerveuze, bijzonder mooie en ingewikkelde handschrift een groote bekoring verleent.’

Het Nieuwsblad voor den Boekhandel plaatste op 1 maart 1939 nog een korte recensie, waarbij Mevrouw Van der Heyden een niet nader geïdentificeerde medewerker van de Haagse Bijenkorf is:

‘Mevrouw Van der Heyden heeft niet alleen gezorgd, dat een raam van De Bijenkorf volgens alle regelen van de moderne etaleerkunst voor het boek is ingericht, maar tevens houdt zij in de boekenafdeling een uitvoerige Greshoff tentoonstelling. Van Greshoff valt heel wat ten toon te stellen: niet alleen zijn groot oeuvre, op de meest verschillende manieren uitgegeven, maar ook zijn handschrift, de critieken op zijn boeken, de tallooze portretten (is er wel één auteur die zoo onbevangen voor de liefde voor zijn conterfeitsel uitkomt?), ja zelfs zijn pers- en lidmaatschapskaarten ontbreken niet.’