Ingekomen boeken

Stromingen, bewegingen en groepen in de literatuur zijn een reactie op andere stromingen, bewegingen en groepen in de literatuur. Geen Zestigers zonder Vijftigers, geen symbolisme zonder realisme. Tijdens colleges Historische en Moderne Letterkunde werd dit overzichtelijke principe mij later goed uit het hoofd gepraat. Alles ontstond zo’n beetje vanzelf en uit zichzelf.

Toen ik vanmiddag in het antiquariaat enkele losse afleveringen van Podium doorbladerde, op zoek naar handtekeningen, moest ik weer aan het actie-reactie-idee denken.

Degelijke literaire tijdschriften als Critisch Bulletin en De Gids publiceerden vroeger achterin elke aflevering een lijstje ‘Ingekomen boeken’: auteur, titel, uitgever van onlangs (ten burele van de redactie) verschenen boeken. Wisten abonnees wat ze daarmee aanvingen? Wist de redactiesecretaris, die het lijstje in allerijl samenstelde, eigenlijk wat hij deed? Het was traditie en dus hoorde het zo.

De eerste aflevering van de negende jaargang van Podium (oktober-november 1953) eindigt met een lijst ‘Ingekomen boeken’. Een komische reactie op een brave, bijna ambtelijke rubriek van weleer. Een parodie veel vileiner dan de inmiddels onbegrijpelijk en onnavoelbaar geworden polemieken die in hetzelfde tijdschrift staan. Ik moest erom lachen.

INGEKOMEN BOEKEN
Hans Andruis – Kijk, muziekdieren! (2de, geheel omgewerkte druk) De Windroos, Amsterdam.
J.C. Kelk – Kool en Geit. Coopboek, Amsterdam.
Ed. Hoornik – Een Bezoeking. Maatstafserie, Den Haag.
Michel v.d. Plas – Plasjes (ged.) N.V.  Elsevier, Amsterdam.
Anton van Duinkerken – In de gevulde Kromstaf (Hemelse lekkernijen in proza) N.V. Arbeiderspers, Amsterdam.
W.F. Hermans – En nu… de broek dicht! Spectrum, Utrecht.
Bert Bakker – En nu… Den Haag in! Daamen, Den Haag.
Bert Voeten – Van ieder wat (verzen, gedichten en vrije verzen). Bezige Bij, Amsterdam.
Cyriel van Dremmelen – D’n Bock op d’n Haeverkiste. De Sukkel, Anvers.

Bloei in Leerstoelen

Begin 1940 werd Anton van Duinkerken aan de Leidse universiteit benoemd tot Vondelhoogleraar. In 1991 hield J. Bosmans in zijn inaugurele rede deze benoeming tegen het licht: het is misschien vooral een politieke keuze geweest.

De ‘aartswinkellullen’ (dixit Du Perron) Gerben Colmjon en Lex Verbraeck schreven, toen het nieuws hen ter ore kwam:

‘Bloei in Leerstoelen

Nu Anton van Duinkerken is aangewezen om een bijzondere leerstoel in Vondel te bezetten aan de rijksuniversiteit te Leiden, heeft August Heyting zich voor een Bilderdijk-professoraat en Du Perron zich voor één in Multatuli aanbevolen. Wij vernemen dat er ook reeds een adres circuleert (waarop reeds tienduizenden handtekeningen geplaatst moeten zijn) om Ter Braak een leerstoel in Vestdijk aan te bieden. Dit moet zelfs buiten de bescheiden geleerde zijn omgegaan, daar, toen hij het vernam, moet hebben verklaard, naar wij aannemen, dat hij, a priori, in de kolommen van Het Vaderland bevredigende gelegenheid heeft om Vestdijk te doceren (en voor Du Perron er bij, zelfs zó dat er af en toe nog ruimte voor anderen overschiet), en, a fortifiori [sic] alleen een leerstoel in Ter Braak ambieert, om plagiaat van zijn werk in nog wijdere kring bekend te maken.’

Uit: De Litteraire Gids, jaargang 14, nummer 158 (april 1940)