Papieren zoekmachine

Begin 2012 verscheen de derde editie van deze vraagbaak voor boekengebruikers en bibliofielen: ten opzichte van de vorige uitgave uit 1996 aangevuld met lemmata, gemoderniseerd en voor het eerst rijkelijk geïllustreerd met boeken en prenten uit de collectie van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Maar een woordenboek lees je niet, al is het uniek in zijn soort, een woordenboek gebruik je. En hoe recenseer je een lexicon? Daarom: de bevindingen van iemand die dagelijks met boeken werkt en die de neiging om alles te googlen een jaar lang moest onderdrukken.

De papieren zoekmachine van Brongers omvat trefwoorden binnen de onderwerpen schrift, tekst, illustratie, drukken, binden, boekhandel, bibliotheek en biografie. De lemmata zijn meestal kort (zelden langer dan een kolom) en al te technisch taalgebruik wordt vermeden (een boekband ‘zorgt er voor dat het boekblok in de kast niet onderuitzakt’). Wanneer binnen een lemma een ander lemma wordt genoemd, dan wordt dit voorafgegaan door een asterisk. In de praktijk beland je, op zoek naar het ene, algauw bij het andere.

Het lemma ‘Antiquaar’ verwijst, na de eenregelige omschrijving, niet alleen naar ‘Antiquariaat’, maar ook naar ‘84 Charing Cross Road’, het ontroerende boek van Helene Hanff. De belangrijkste lemmata geven nuttige referenties naar standaardwerken en (soms wat obscure) tijdschriftartikelen – iets wat Google niet kan.

Maar je grijpt ook een paar keer mis, vooral waar het personen betreft. Typografisch ontwerper Piet Zwart heeft het Boekwoorden woordenboek gehaald, Paul Schuitema niet. Bibliomaan Boudewijn Büch komt uitgebreid aan bod, maar over de bibliofiel Gerrit Komrij geen woord. Wel Fré Cohen, niet M.C. Escher. Niet André Swertz, wel Max Schumacher (sic).

In de voor deze editie geschreven inleiding gaat Brongers in op nut en plezier van het boek en geeft hij praktische bezwaren tegen e-books, zonder meteen in de bekende bibliofiele stuip te schieten dat alle elektronische en technologische vooruitgang een bedreiging vormt voor het papieren boek. ‘Printing on demand’ en ‘Bookcrossing’ (een recente rage die alweer op zijn retour is) zijn evengoed lemmata.

Als je het boek vaker ter hand neemt, valt je pas op dat Brongers plezier moet hebben gehad in het samenstellen van deze leidraad. Een boekverkopende naamgenoot uit de achttiende eeuw wordt, hoewel van gering belang, om begrijpelijke redenen opgenomen. De boekwoordenwoordenboekenmaker permitteert zich hier en daar een opvoedkundige of kritische noot: bij het lemma ‘Boekenzoekdienst’ merkt hij op dat deze online zoekservice ‘natuurlijk niets meer met geduldig speuren of sneupen’ te maken heeft. Voor de veganisten (onder ‘Stencil’) die vanwege het gebruik van dierlijke gelatine bezwaar maken tegen offset heeft Brongers een scherpe vraag: ‘hoe zit dat met de bijen, die de was voor het stencil leveren en waardoor hun nest vernietigd wordt’?

Een grapje mag ook: ‘Asterisk Lett sterretje: * . Niet Asterix; dit is een populaire gallische *Stripheld’.

Deze bespreking van J. Ayolt Brongers, Boekwoorden woordenboek. Handleiding voor boekensneupers (2011) verscheen in De Boekenwereld, jrg. 29, afl. 4 (juli 2013).

Laatste loodjes

Onder de vrolijke titel De laatste loodjes verschijnt deze zomer de derde, afsluitende bibliografie van Sub Signo Libelli met een overzicht van alle uitgaven uit de jaren 1999-2010 plus een register op alle drie delen. De gezamenlijke uitgevers André Swertz en Jan de Jong beloven in een aankondiging veel kleurenplaatjes en een zeer uitgebreid essay van Paul van Capelleveen dat leest ‘als een avonturenroman’. Uiteraard verschijnen er 15 luxe-exemplaren, waarvan de verzorging in de vertrouwde handen is van Erik Schots.

Swertz is behalve uitgever ook samensteller van de bibliografie. Aan de hand van de nagelaten aantekeningen van de in 2010 overleden Ronald Breugelmans heeft hij de uitgaven beschreven die in het nieuwe naslagwerk SSL 237 tot SSL 287 zijn bestempeld.

Zijn complete collectie Sub Signo Libelli was in 1983 en 1999 de stevige basis van de eerste twee bibliografieën door Breugelmans. Deze bijziende bibliograaf liet in Het verschijnsel B, Boudewijn Büchs documentaire over bibliofilie uit 1982, met trots zijn verzameling private presses zien. Het fonds van Sub Signo Libelli zat in kartonnen archiefdozen, die stonden in een hoekkast, niet ver van de eettafel van Ronald en Lizanne Breugelmans.

Alliantie

Elke geschiedenis van een tijdschrift bestaat uit een reeks doorstarten, heroprichtingen, credo’s en formaatwijzigingen. Maarten Asscher plaatste de lancering van het eerste nieuwe nummer van De Boekenwereld gistermiddag in een breder perspectief. Hij was zeer enthousiast over het eerste nummer in de nieuwe stijl, maar bleef kritisch: ‘In elk nummer een verbluffend artikel, dat maakt een tijdschrift echt goed.’

Freek Heijbroek, founding father van De Boekenwereld, haalde in een korte toespraak herinneringen op aan zijn ontmoetingen met bibliothecaris en hoogleraar Herman de la Fontaine Verwey (1901-1989), wiens memoires in de beginjaren van het tijdschrift grote indruk maakten. De bundeling van deze stukken werd een bestseller. Heijbroek overhandigde het eerste exemplaar van De Boekenwereld, jaargang 29, nummer 3, aan Lidewijde Paris.

Paris heeft aan het hoofd van verschillende literaire uitgeverijen gestaan, maar begon haar carrière in de boekenwereld bij een antiquariaat. ‘Bij André Swertz in Utrecht maakte ik titelbeschrijvingen. Geweldig vond ik dat, de hele dag met boeken werken. Elk boek opende een wereld voor mij. Ik las veel onder werktijd. Tot André, toen ik weer in een boek verdiept was, zei: “Het hoeft niet zo precies, hoor.” Gelukkig was André veel op pad.’ Ze voelde zich vereerd met het eerste exemplaar en tegelijk wat beschaamd. ‘Ik sta hier, maar ik ben noch Vriend van de Bijzondere Collecties noch abonnee van De Boekenwereld. Bij deze geef ik me voor beide op!’

Naast Asscher namen Tracy Metz en Jeffrey Bosch deel aan een discussie over het papieren tijdschrift in een digitale wereld. Metz prees de alliantie van De Boekenwereld met Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Gespreksleider Steph Scholten merkte op dat de rijke collectie aan de Oude Turfmarkt in ieder geval garant staat voor de allermooiste afbeeldingen. Men was het erover eens dat beeld, zowel bij boeken als tijdschriften, een steeds grotere rol gaat spelen.

En zonder internet en sociale media is een boekentijdschrift nergens. Vanaf heden is De Boekenwereld te volgen op Facebook en Twitter.

Na de toespraken en discussie was het tijd voor borrelen en bladeren. Mevrouw Isa de la Fontaine Verwey moest wennen aan het nieuwe formaat en de eigentijdse vormgeving van De Boekenwereld, maar dacht wel dat er ‘iets behoorlijks’ in stond. Oud-medewerkers waren blij dat het tijdschrift nu eindelijk een rechte rug heeft. Een Amsterdamse boekwetenschapper keek wat argwanend naar Marilyn Monroe op het omslag, maar haalde al snel opgelucht adem. ‘De Boekenwereld is nog steeds een inhoudelijk, degelijk blad.’