Drukkerij in western

Wie de Netflix-serie Godless helemaal uitzit, wordt ten slotte beloond. De tweede helft van de laatste aflevering is schitterend: eindelijk staan de goeden en de slechten in deze western tegenover elkaar. De vrouwen van La Belle zijn tot de tanden gewapend. In de confrontatie blijven de kogels maar door de lucht suizen. Wilde paarden springen van brandende daken. Aan het eind van de meeslepende schietpartij staan de halfblinde sheriff van het godvrezende stadje en de voormalige bandiet tien lange seconden in een stofwolk. Niet wetend of het gevaar geweken is.

Maar soms is Godless iets te veel van het goede. Het script is geschreven door de bril van het heden; de scenarist heeft een hardnekkige drang tot overtuigen. Dat mensen in het Wilde Westen van de negentiende eeuw stinken wordt herhaaldelijk en nadrukkelijk gemeld. Er is overstelpend veel klein leed: jonge weduwen, in de kast opgesloten lesbiennes, kinderen die in een koude bedstee stappen.

De in 1884 spelende serie doet erg eenentwintigste-eeuws aan. De thema’s ontploffen in het gezicht van de kijker. Én de raciale kwestie, én de slavernij, én de Burgeroorlog, en doe er dan meteen wat inburgeringsproblematiek bij. Er is een kudde bijfiguren. Af en toe krijgt de kijker het gevoel een toneelstuk van vertrekkende hoogsteklassers op de basisschool bij te wonen: iedereen moet een bijdrage leveren, niemand mag overgeslagen worden, dus we verzinnen er gewoon nog een buurman bij.

Een niet overbodig bijfiguur in Godless is A.T. Grigg. Hij is de sensatiebeluste hoofdredacteur van de Santa Fe Daily Review, een eenmanskrant die in weerwil van haar titel wekelijks verschijnt. Grigg wordt in de tweede aflevering geïntroduceerd. Zijn kantoor is redactielokaal en drukkerij tegelijk. Ook in afleveringen drie en zes vangt de kijker een glimp van Griggs werkruimte op. Er staan een paar zetbokken, waarover de knecht van Grigg zich buigt, met vermoedelijk de zethaak in de hand. Tegen de achterwand hangen wat net gedrukte wanted posters aan een touwtje te drogen. Later verstoort dezelfde letterknecht een gesprek tussen Grigg en een jongedame wanneer hij met een loei de gietijzeren degel laat draaien.

De laatste keer dat de drukkerij in beeld is zit de knecht aan een met inktpotten en drukkersgereedschap volgestouwde werktafel zijn bleke boterhammetjes op te peuzelen. Hij moet zijn loodvergiftiging natuurlijk wel op peil houden. De hele enscenering van Griggs werkplaats is zeer overtuigend. In Godless zit de zetduivel in de details.

Op het dak van de stacaravan

De priester is een goedgelovige. In de vijfde aflevering van de Netflix-serie Ozark (2017) vindt de distributie van harddrugs plaats bij aanvang van de zondagse mis. Een barmhartige Samaritaan overhandigt bijbels aan de kerkgangers, terwijl de priester nog even zijn preek doorneemt. Het gebeurt allemaal recht voor zijn neus.

Bijbels met een stofomslag hebben in het boekblok een uitsparing voor een zakje heroïne: die zijn voor de criminelen. Bijbels zonder omslag zijn bestemd voor de oprechte christenen: voor hen is het Woord van God afdoende.

Het boek is vaker een rekwisiet in het eerste seizoen van Ozark. De slimme jongen uit het trailer trash-gezin zit, eerder in dezelfde aflevering, op het dak van de stacaravan. Hij laat een pubermeisje zijn verzameling boeken zien – stuk voor stuk gestolen. Zij vindt dat een beetje vreemd.

– So you just broke into his house. Ever heard of a library card?
– You don’t understand! This guy has first editions like you’d not believe. I doubt he even notices anything’s missing.

Daarop overhandigt hij haar Ray Bradbury’s The Martian Chronicles (1950). Een eerste druk met stofomslag. En terwijl hij haar uitlegt wat er zo briljant is aan Bradbury’s post-apocalyptische science fiction, zet het meisje haar hoofd steeds schuiner, alsof ze hem wil zoenen. Ze lacht. Ze is verliefd.

De slimme jongen ratelt maar door over zijn boeken. Hij heeft niets in de gaten.

Escobars dummy

In de eerste twee seizoenen van de Netflix-serie Narcos, over de opkomst en ondergang van drugsbaron Pablo Escobar, speelt het boek hoegenaamd geen rol. Alleen Gustavo de Greiff, de procureur-generaal van Colombia, laat in een enkele aflevering zijn goed gevulde, antieke boekenkasten zien, zodat de kijker zich realiseert dat hij hier met een intellectueel te maken heeft.

Eenmaal slechts overstijgt het boek de functie van dode rekwisiet. Wanneer Escobar op 19 juni 1991 zijn intrek neemt in de door hemzelf gebouwde, idioot luxe privé-gevangenis La Catedral, neemt hij een boek mee. Het is een foliant van zwart leder, met op het voorplat, in goud uiteraard, de beeltenis van Escobar en diens naam in kapitalen.

Het glimmende boek blijkt een dummy te zijn: in de negende aflevering van Narcos vult de drugsbaron het boek met herinneringen. Foto’s uit zijn jeugd, krantenknipsels, zelfs zijn vroegste mug shot belandt in het boek. Escobar is druk in de weer met een tube bloedroodgekleurde lijm. Op de eerste lege bladzijde plakt hij een foto in van zichzelf met zijn geliefde ‘Tata’. Dat inplakken doet Escobar uiterst zorgvuldig. Hij strijkt elk knipsel vanuit het midden naar de randen toe glad, zodat er geen bobbels of vouwen kunnen ontstaan. Met een fineliner zet hij er bijschriften bij.

Als het Colombiaanse leger een jaar later La Catedral bestormt, weet Escobar wonderwel uit zijn vijfsterrennor te ontsnappen. Pas nadat het leger de gevangenis heeft schoongeveegd, kunnen DEA-agenten Murphy en Peña kijkje nemen. De hoofdpersonen van Narcos wandelen Escobars kantoor in La Catedral binnen. Daar vinden ze opnameapparatuur, pornoblaadjes en de zwarte pil met Pablo’s gouden kop voorop. Peña houdt het boek omhoog en zegt tegen zijn collega:

This and Mein Kampf. Two classics of 20th century literature.

Het sjieke plakboek van Escobar is geen vondst van de scenarioschrijver. Ten tijde van zijn gesloten verblijf is de drugsbaron daadwerkelijk met een boek bezig geweest. Maar aan de werkelijkheid is, zoals wel vaker bij Netflix-producties, ‘for dramatic purposes‘ een draai gegeven.

In 1992 gaf Escobar, vermoedelijk in een oplage van enkele honderden stuks, in eigen beheer Pablo Escobar Gaviria en Caricaturas 1983-1991 uit. Op de band van stug donkerbruin kalfsleer staat Escobars handtekening in 18-karaats goud, naast een duimafdruk. Het binnenwerk bevat foto’s van de familie Escobar, evenals een reeks spotprenten van Pablo en documenten in facsimile. Op 2 juni 1992 was het drukwerk gereed, meldt het colofon – alsof het een incunabel betreft. Voor incunabelprijzen wordt het megalomane boek nu en dan aangeboden. James Cummins, een betrouwbaar adres voor bijzonderheden, kan momenteel een exemplaar leveren voor negenenhalfduizend dollar.

Bastaard

In Nocturne, de tweede aflevering van het tweede seizoen Endeavour, lost rechercheur Endeavour Morse in de jacht op een loslopende moordenaar ook een seriemoord van een eeuw geleden op. De moord op de genealogisch onderzoeker in 1966 en die op de familie Blaise-Hamilton in 1866 zijn met elkaar verbonden. Pas aan het eind van de anderhalf uur durende detective wordt duidelijk hoe.

Het boek is in detectiveseries nogal eens de sleutel tot de oplossing van de moord. In Law and Order was het een vingerafdruk op de kaft. In Lewis bood een wanordelijke boekenkast uitkomst.

De jonge Morse vindt op de bespookte zolder van de Blaise-Hamiltons een negentiende-eeuwse Bijbel. Marginalia wijzen hem in de richting van motief en dader. De inhoudsopgave blijkt te zijn beklad. Met ferme potloodstrepen heeft de vorige eigenaar Deuteronomium 23.2 omkaderd:

Geen bastaard zal in de vergadering des HEEREN komen; zelfs zijn tiende geslacht zal in de vergadering des HEEREN niet komen.

In 1866 kon de onechte zoon van Blaise-Hamilton, door zijn vader nooit erkend, het geluk en het fortuin van zijn familie niet langer dulden. De bastaard legde ze om, reconstrueert Morse.

Een nakomeling van de bastaard rook geld. De stamboomonderzoeker zou roet in het eten gooien. Die moest ook dood. De afstammeling blijkt erfelijk belast.

Leather bindings

Buzzy Bellew is een gelikte vent. Hij heeft een charmante manier gevonden om zijn energie te beteugelen. Hij zingt, hij danst. Hij bespot zijn meisjes, zonder ze te beledigen. Hij bestelt in het Frans de beste fles wijn van de kaart. En hij heeft een hyperidentieke tweelingbroer.

In de cabareteske film Wonder Man (1945) vertolkt Danny Kaye de rol van de entertainer Buzzy Bellew. Die haalt het eind van de film niet. Als kroongetuige in een rechtszaak tegen een maffioso wordt hij ’s avonds doodgeschoten en in een riviertje gedumpt.

Zijn tweelingbroer Edwin Dingle, volmaakte tegenpool, zit op dat moment nog te studeren in de openbare bibliotheek. Hij werkt aan zijn boek The Outline of Human Knowledge. Om tijd te besparen schrijft hij met zijn linker- en rechterhand tegelijk. In anderhalve minuut zet Danny Kaye een prachtige boekenwurm neer. Het bescheiden genie dat in elke openbare bibliotheek te vinden is.

De bibliothecaresse geeft de wending aan het verhaal. Ze knoopt een praatje aan met Dingle, wiens zwijgen interesse heeft gewekt. Voor het eerst kijkt hij op van zijn boeken, recht in haar blauwe ogen. Haar blonde krullen zijn eigenlijk ook niet mis. Tot ongenoegen van de andere bibliotheekbezoekers ontstaat er een gesprek. Zij al verliefd, hij bijna en nog iets schuchter. De bibliothecaresse hoopt hem morgen weer te zien.

‘Do you think you’ll be coming back tomorrow?’
‘By all means. I enjoy it here very much. I love the smell of leather bindings.’

Na zijn biblioseksuele opmerking druipt zij af, maar voordat zij buiten het bereik van de camera is vraagt de stotterende Dingle haar uit eten.

Er zitten zo nog een paar briljante scènes in Wonder Man, met gevaarlijke persoonsverwisselingen, maar de film heeft een teleurstellend slot. Het huwelijk tussen de bibliothecaresse en het genie heeft desastreuze gevolgen. Hij gaat zijn monomane studietijd relativeren. Een boek is ook maar een muf ding. Edwin Dingle is van de bibliofilie genezen. Hij houdt nu van zijn vrouw. Au.

Heimwee

In de romantische sciencefictionfilm Oblivion (2013) beschermen een technicus, gespeeld door Tom Cruise, en zijn vriendin onze planeet tegen plunderende marsmannetjes. Het eenzame stel woont hoog boven de wolken, in een zwevende villa met een zwembad.

Alles is er van onbreekbaar glas gemaakt. De bewoners zien de wereld, maar altijd door een ruit. Licht en leegte geven je als kijker een beklemmend gevoel.

Het is het gedoemde jaar 2077. Onze planeet is grotendeels verwoest, grote gebieden zijn radio-actief besmet. Elke dag – en elke dag iets ongelukkiger – stapt Cruise in zijn transparante ruimtevaartuig om dreiging af te wenden, op de virtuele voet gevolgd door zijn vriendin, die als een Big Sister elke beweging van haar man volgt. Maar er is een plek waar zij hem niet kan zien.

In het laatste stuk ouderwetse natuur op aarde heeft Cruise een houten huisje gebouwd. Een hut die hij met heimwee vult. Van zijn zwerftochten over braakland neemt hij vondsten uit de oude wereld mee. In zijn hut staan een schemerlamp, een platenspeler, een fauteuil.

Dat Cruise hier een thuis probeert te reconstrueren weet je als kijker zeker als de boeken in beeld komen. Eerst een vroegtwintigste-eeuwse uitgave van Dickens’ A Tale of Two Cities, die nonchalant op een plank ligt. Ernaast staat een rij linnen banden, zonder omslagen, waarvan alleen een los deel van The Complete Letters of Vincent van Gogh (1958) duidelijk te herkennen is.

Tom Cruise staart twee, hooguit drie seconden naar zijn boekenplank. Hij pakt er geen boek uit. De suggestie is genoeg. Je weet dat hij hier gelukkig is, waar hij de oude wereld onder handbereik heeft. De zin die Cruise vervolgens van het script oplepelt is volstrekt overbodig: ‘I want to spend the rest of my life here.’

Investments

In een aflevering van Murder, she wrote heeft uitgever Christopher Bundy veel vijanden. Wanneer Jessica Fletcher te gast is op zijn landgoed, laat de heer des huizes lang op zich wachten. Hij arriveert uiteindelijk per helikopter. De landingsplek is net naast het zwembad. Hij schudt de hand van de detectiveschrijfster en loopt door. Geen tijd. De butler trakteert Fletcher op een rondleiding over het terrein. Pas in de loop van de avond heeft Bundy tijd om zijn gast te ontvangen. In de bibliotheek, natuurlijk. De hardvochtige uitgever is een trotse bibliofiel.

‘These are all first editions of Arthur Conan Doyle. Priceless.’
‘You must read a lot.’
‘No, I don’t have time for reading. I’m a collector. These are investments.’

De camera zoomt in op de frons van Jessica Fletcher, maar de kijker weet wel beter. Leer mij boekenverzamelaars kennen: kopen kopen, niet lezen.

Voor het slapengaan sluipt Fletcher naar de bibliotheek om een boek te lenen. Ze weet heel goed dat camera’s elke beweging van haar volgen. De volgende morgen houdt het nichtje van de uitgever zich in de bibliotheek op. Ze bladert als een bezetene door de Conan Doyle’s. Dan klinkt er een schot.

Uitgever vermoord. Collectie getermineerd. Fletcher verstandig: videoband verwisseld.

Hymn book

Drie films van Alfred Hitchcock achter elkaar: een middag van moedwil en misverstand. In The Lady Vanishes uit 1938 verdwijnt een oud dametje aan boord van een trein, passagiers en bedienden zitten in het complot, maar de knappe Miss Iris Henderson zal het mysterie ontrafelen.

Vertrouw nooit een non op hoge hakken.

In The 39 Steps uit 1935 wordt de onschuldige, goedgeklede zakenman Richard Hannay verdacht van moord op een spionne. Achtervolgd door de politie duikt hij een nacht onder bij een boerenpaar. De boer gelooft niet in de onschuld van Hannay, maar de boerin helpt hem ontsnappen via de achterdeur. Zij geeft hem de donkere overjas van haar echtgenoot, zodat Hannay in de duisternis kan verdwijnen.

De onschuldige zakenman wendt zich tot het laatste contact van de spionne: een gerespecteerde professor, die toevallig net de verjaardag van zijn dochter viert. Een heel huis vol. De plaatselijke sheriff drinkt ook een glaasje mee. Hannay speelt zenuwachtig met zijn sigaret. Beleefd dwingend werkt de professor zijn gasten de kamer uit. ‘There’s no hurry, my dear, but if you must go…’ Dan doet hij de deur op slot.

O, vertrouw nooit een professor zonder pink.

De spionerende professor biedt Richard Hannay een eenvoudige uitweg: hij wil dat de zakenman zelfmoord pleegt. ‘Supposing I left you alone with this revolver. Tomorrow’s newspapers would be able to announce that the murderer had taken his own life.’ Hannay slikt. En op dit ijskoude moment in de film veroorlooft Hitchcock zich een grapje: de vrouw van de professor – dea ex machina – komt de kamer binnen. ‘I thought we were going to lunch directly, dear. We’ve all been waiting. Will Hannay be staying?’ ‘I don’t think so, dear.’

De professor schiet. Hannay gaat tegen de vlakte. Maar het boek zal zijn redding zijn. Cigar cases, yes, but I’ve never seen it happen to a hymn book before, except on the movies.

Next to Dickens

Een nieuwe aflevering van Lewis. Deze aflevering heet Generation of Vipers en is minder leuk dan The soul of genius. Toch zit de belangrijke aanwijzing voor Lewis en Hathaway (alweer) verstopt in een boek. Of eigenlijk, om precies te zijn, in een boekenkast.

Bij de eerste inspectie van het huis van de (alweer) vermoorde professor zien Lewis en Hathaway een boek dat ondersteboven op een boekenplank staat. Het betekent niets. Pas als Lewis een foto onder ogen krijgt, waarop de professor enkele weken voor haar dood voor haar boekenkast poseert, ontstaat er iets van een vermoeden.

Toen de professor dood werd aangetroffen stonden de boeken er anders bij. Twee planken van de boekenkast blijken te zijn herschikt. Lewis: ‘And not very well.’ Hathaway demonstreert zijn algemene ontwikkeling als hij de herschikte planken beschouwt: ‘Paradise Lost next to Dickens. Shakespeare next to Ulysses. Either she was drunk. Or…’

Er moet een worsteling zijn geweest, waardoor de boekenkast omtuimelde. Een doodsstrijd die de professor verloor. En de boeken verloren in wanorde hun eigenaar. Maar de moordenaar wordt gevonden.

Not from Amazon

Lewis en Hathaway onderzoeken net de woning van een vermoorde professor als de deurbel gaat. Er staat zwaar beveiligd transport op de stoep. Een soort ME-er biedt een kogelvrije koffer aan. Lewis: ‘I take it that is not from Amazon.’

In de koffer zit lot 92 van veilinghuis Gracey: een origineel werkmanuscript van The Hunting of the Snark, geannoteerd door Lewis Carroll. Hathaway legt zijn intellectueel uitgedaagde baas uit waar Carrolls beroemde boek over gaat. Tien man op zoek naar een Snark – maar niemand die weet wat een Snark is. Lewis: ‘Nobody knows what they’re looking for. Sounds familiar.’ De inspecteur is hogelijk verbaasd wanneer de vermoorde professor ook nog eens tien exemplaren van hetzelfde boek in de kast heeft staan.

Deze aflevering van de detective Lewis heet The soul of genius. Een film of tv-serie met een bibliofiel randje wordt door de makers vaker geassocieerd met het geniale. Het vermeende genie legt overigens zelf vaak het loodje.

Boekenliefde of boekenhaat is zelden een motief. Ook in deze detective wordt de moord ingegeven door gevoelens van mens tot mens. Afgunst, gekte, liefde. De professor is, ergens halverwege het jagen op de Snark, zijn verstand verloren. Zijn broer heeft altijd al een hekel aan hem gehad.

Lewis en Hathaway gaan verhaal halen bij het veilinghuis waar de professor voor twee ton het manuscript heeft gekocht. Meneer Gracey onthult dat er een ‘bidding war’ ontstond, toen het manuscript onder de hamer kwam.

(Geen beste veilinghouder, die Gracey. Hij schendt de ongeschreven regel dat schriftelijke bieders op een kavel anoniem blijven, hij laat zijn voorraad oppeuzelen door muizen en hij beschrijft zijn handelswaar met de Franse slag. Ik zou het zwaar bevochten werkmanuscript van Carroll namelijk omschrijven als een drukproef met correcties van de auteur. Technically speaking.)

Aan het slot van deze vermakelijke episode, met in bijna elk shot wel een stapel boeken, belandden de slechteriken gewoon in de nor. Voor de volledigheid: de belangrijke aanwijzing wordt gevonden in een essaybundel van Ralph Waldo Emerson. In de marge van dit boek schreef het dode genie ook de quote van Mozart: Love, love, love, that is the soul of genius.

Onheil

Geen lichtbak, geen neonletters, geen stickers op de gevel. Zijn naam is op het raam van de winkel geschilderd, in kalligrafie, ‘A.G. Geiger’. Daaronder iets zwieriger ‘Rare Books De Luxe Editions’. In de klassieke thriller The Big Sleep uit 1946, gebaseerd op de roman van Raymond Chandler, speelt de antiquaar de grote rol. Voor ongeveer drie kwartier, want dan ligt hij dood op het huiselijk tapijt. Moord.

Wanneer de privé-detective, die immer onheil ruikt, de volgende dag het antiquariaat bezoekt, staan drie werknemers in een achterkamer haastig de boeken in dozen te pakken.

Deze koele en bloederige film is literair in zijn dialogen, die elkaar razendsnel en vlijmscherp opvolgen. Waren bioscoopgangers vroeger slimmer? Het moet wel. Grapjes hoefden ook nog niet uitgespeld te worden. Een jongedame meent enige luiheid bij de privédetective te bespeuren: hij ligt soms tot twee uur in de middag te slapen. Of hij zijn werk soms vanuit bed doet, net als Proust.

– Who?
– O, you wouldn’t know him. He’s a writer.

De setdresser van The Big Sleep verdient een pluim. De vermoorde antiquaar is thuis opgebaard, in driedelig pak, met zijn handen gevouwen. Een vredige uitdrukking op zijn gezicht. Het geborduurde kussen waarop zijn hoofd rust lijkt wel een opengeslagen getijdenboek.

Genius

Een veelbelovende schrijver bekende vrijdagmiddag de moord op een taxichauffeur en eiste vervolgens dat hij ter dood veroordeeld zou worden. Maar voordat officier van justitie Jack McCoy deze opmerkelijke doodswens aanhoorde, zaten detectives Briscoe en Green op een vals spoor. Een aflevering van Law and Order moet natuurlijk wel 50 minuten duren.

De bewijzen tegen de aanvankelijke verdachte, alweer een schrijver, stapelen zich snel op. Heeft deze Nelson Lambert de moord niet al beschreven in zijn bestseller? Op de plek van de moord wordt een paperback van Une saison en enfer gevonden, met de vingerafdrukken van de schrijver op het omslag. Hij daagt detective Green uit. Hint op een bekentenis, maar vertroebelt vervolgens het zicht op de feiten. I hate it when someone who actually reads leaves the earth.

Green en Briscoe zitten met Rimbauds meesterwerkje in de maag. Een boekverkoopster, bij wie ze aankloppen, relativeert: ‘Verlaine is the real deal, Rimbaud was slechts zijn slippendrager.’ En vuurde die Verlaine niet een paar kogels op Rimbaud af? Dat boek, op die plek, het kan geen toeval zijn.

Deze met dwaalspoortjes en woordspelletjes gevulde aflevering van Law and Order heet Genius. Zij is inderdaad vrij geniaal. Perfecte televisie voor bij de boterham. Komt in de beste families voor.